Raoul Gustave Lélia Stuyck (Antwerpen, 15 mei 1945Edegem, 26 juli 2013) was een Vlaams ondernemer. In de jaren negentig kwam hij in opspraak wegens beschuldigingen van fraude en facturenzwendel.

Stuyck

Stuycks ouders waren allebei leraar in het stedelijk onderwijs. Stuyck studeerde aanvankelijk politieke en sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, maar besloot zich na één kandidatuur te richten op de wereld van de media. In de jaren zestig werkte hij als losse medewerker voor de Antwerpse uitgeverij Polderman & Van Gool, die destijds onder meer 't Pallieterke en de regionale uitgave van Deze week in Antwerpen uitgaven. Stuyck schreef er een wekelijkse filmrubriek en ontwierp folders voor de Antwerpse bioscoop Rex. Hierna was hij een tijdlang promotor van de Brusselse importeur van de Italiaanse distilleerderij , uitgebaat door de Italiaanse broers Dino en Aldo Vastapane. Hier leerde Stuyck ook Paul Vanden Boeynants en de Brusselse bouwtycoon Charly De Pauw kennen.

In 1966 werd Stuyck accountexecutive bij het reclamebedrijf De Kie in Beveren, dat geleid werd door directeur , die later een van de hoofdverdachten werd in het proces Stuyck. Ook was hij actief bij Flandria, onder de hoede van en werkte vanaf 1967 tijdens de wintermaanden voor uitgeverij De Vlijt, die de krant Gazet van Antwerpen uitgaf. 's Zomers bleef hij exclusief voor De Kie werken. Na verloop van tijd werd Stuycks werk voor De Kie zo belangrijk dat hij in 1972 besloot om in vast dienstverband te treden bij De Vlijt, waar hij hoofd van de dienst externe communicatie werd en later hoofd van de promotieafdeling. Stuyck was tijdens de jaren zestig, zeventig en tachtig een manusje-van-alles in dienst van Jan Merckx. Hierbij was hij onder meer actief voor Flandria, Gazet van Antwerpen, Reizen Wirtz, Autobussen Weemaes, e.v.a., waaronder alle politieke partijen. Stuyck organiseerde in 1989 ook de openingsceremonie van VTM in het casino van Oostende en leverde de hostesses.

Fraudeschandaal

Op 30 maart 1990 lekte uit dat Stuyck een factuurzwendel had opgezet ten behoeve van de lokale industrie en politiek. Stuyck bezorgde verschillende politieke partijen zwart geld door voor niet geleverde diensten facturen uit te schrijven. In ruil betaalde hij het geld terug voor een commissieloon van 10 procent. Dit bezorgde hem ook de bijnaam "Meneer tien procent". Het openbaar ministerie gewaagde van (illegale) politieke sponsoring.

Het proces begon in 1996 en op 14 juni 1996 werd Stuyck door de Antwerpse correctionele rechtbank tot vier jaar effectieve celstraf en een fiscale geldboete van een half miljoen frank veroordeeld. In 1998 werd Stuyck in beroep tot drie jaar opsluiting veroordeeld, waarvan 18 maanden effectief. De meeste personen die van zijn zwendel hadden geprofiteerd werden niet vervolgd of door de raadkamer buiten vervolging gesteld.

Stuyck publiceerde in 1999 zijn memoires, Hugo, Jacky, Raoul, Ward en de anderen bij uitgeverij Houtekiet. Het boek deed heel wat stof opwaaien, maar het geplande tweede deel werd nooit gepubliceerd.

Publicatie

  • STUYCK, Raoul, Hugo, Jacky, Raoul, Ward en de anderen, Uitgeverij Houtekiet, 1999.

Literatuur

  • Mister Tien Procent en andere verhalen. In : TIMMERMAN, Georges, De uitverkoop van Antwerpen, Berchem, Uitgeverij EPO, 1994, p. 107-131.
  • DE WITTE, René en TIMMERMAN, Georges,De zaak Raoul Stuyck: fraude en corruptie in Antwerpen, Uitgeverij Hadewijch Antwerpen-Baarn, 2000.