Niet te verwarren met de gelijknamige Peking-gezinde communistische partij, de Kommunistische Partij van België (KP, 1963 - 1973) of de Communistische Partij van België (1989)

De Kommunistische Partij van België (KPB), in het Frans Parti communiste de Belgique (PCB), was een communistische politieke partij in België. De KPB is vanaf het begin lid van de Derde Internationale, die in 1919 was opgericht door de Sovjet-Unie en deze zogenaamde Komintern bleef domineren en gebruiken als instrument voor buitenlands beleid. Dit verklaart een aantal wendingen binnen de partij hoewel ze ook bekend stond als een van de leden die de meest autonome koers voer, wat ook bleek uit het (1954). Er was geen algemene tendens tot anti-revisionisme zoals bij de CPN in Nederland onder Paul de Groot.

Geschiedenis

Voor 1920 bestonden er in België heel wat kleine, communistische groeperingen die naast elkaar opereerden. Maar in 1920 verenigde een heel aantal zich onder leiding van War van Overstraeten in de Kommunistische Partij van België. In 1921 fuseerde deze partij met een groep dissidenten van de Belgische Werkliedenpartij die reageerden tegen het reformisme van de BWP-leiding. Joseph Jacquemotte stuurde deze groep radicalen richting een fusie met de 'parti communiste'. Hieruit ontstond de combinatie KPB-PCB.

In 1925 werden Jacquemotte en Van Overstraeten als de eerste Belgische communisten in het parlement verkozen.

Eerste interne crisis en electorale opgang

De spanningen tussen de twee gefuseerde groepen lopen in 1928 op (door de bemoeienissen van Jozef Stalin) en eindigen in een scheuring, de antiparlementaire groep rond Van Overstraeten moet het afleggen ten opzichte van de pragmatischer gerichte groep rond Joseph Jacquemotte. De Kommunistische Oppositie (waaronder Van Overstraeten) wordt uit de partij gezet en zijn sympathisanten worden van alle belangrijke functies geweerd. De KPB zou voortaan volledige loyaliteit aan de Sovjet-Unie tonen. Dit betekende dat de KPB vooral de sociaaldemocraten als grootste vijand moest zien. Deze splitsing zal uiteindelijk resulteren in de oprichting van een trotskistische communistische stroming in België.

Na de felle syndicale strijd in de Borinage in 1936, waar de KP duidelijk aanwezig was, werd deze inzet verzilverd in een electorale opgang tijdens de verkiezingen van 1936. Niet enkel syndicale strijd zorgde voor de electorale opgang, maar ook het toenemende prestige van de Sovjet-Unie, de invoering van de 'volksfrontstrategie' (de sociaaldemocraten zijn geen vijanden meer, maar bondgenoten in een grote linkse coalitie tegen opkomend fascisme) en tenslotte de deelname van de KPB aan de Internationale Brigades in de Spaanse Burgeroorlog vergrootten allen de electorale slagkracht van de KPB.

Tweede Wereldoorlog

Het niet-aanvalsverdrag tussen de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland leidde tot een grote controverse binnen de gehele communistische wereldbeweging en daarmee ook de KPB. In de beginfase van de Tweede Wereldoorlog hield de KPB zich overeenkomstig het beleid van Moskou gedeisd. Door de Belgische autoriteiten werd ze als een binnenlandse vijand gezien, tot de verbreking van het niet-aanvalspact door Hitler de Sovjetunie in juni 1941 in het geallieerde kamp bracht. De nazi's in België hadden deze ommekeer voorbereid en brachten onmiddellijk de KPB een zware slag toe met Operatie Sonnenwende. Desondanks stortte de partij zich vanaf dan volop in het Belgisch verzet. De KPB was bijvoorbeeld de drijvende kracht achter het Belgisch leger der partizanen, onderdeel van het Onafhankelijkheidsfront. Tijdens de oorlog werden verschillende leiders van van de KPB vastgezet en vervolgd, zoals Julien Lahaut, Jean Terfve et Fernand Jacquemotte.

Naoorlogse periode

Tijdens en direct na de bevrijding van België in 1944 zou de KPB uitgenodigd worden om deel te nemen in de voorlopige regering-Pierlot VI. Albert Marteaux werd minister van volksgezondheid, Raymond Dispy en Fernand Demany waren ministers zonder portefeuilles. Echter, na amper zes weken stapten de communisten uit de regering uit protest tegen de ontwapening van de weerstandsorganisaties. De KPB zou vervolgens in de wederopbouwperiode deelnemen aan nog vier regeringen van nationale eenheid (Van Acker I, Van Acker II, Van Acker III en de regering Huysmans), door het groeiende isolement van de KPB door de oplaaiende Koude Oorlog zou de partij hierna nooit meer regeringsverantwoordelijkheid dragen.

Tijdens de koningskwestie verzette de partij zich hevig tegen de terugkeer van Leopold III van België. Bij de volksraadpleging over het onderwerp op 12 maart 1950 stemden een meerderheid van de Belgen voor de terugkeer van het koningshuis. Echter, in de bolwerken van de KPB, zoals in Henegouwen en Luik werd met een grote meerderheid tegen de terugkeer van de koning gestemd. In Wallonië werd door middel van algemene stakingen geprotesteerd tegen de terugkeer van Leopold III. De verkiezingen van 4 juni 1950 resulteerde in een duidelijke meerderheid voor de CVP/PSC, die de terugkeer van het koningshuis steunde. Bij de installatie van prins Boudewijn als nieuwe koning zou Julien Lahaut luidkeels "Vive La Republique" geroepen hebben. Het is echter niet zeker of de woorden uit de mond van Lahaut kwamen. Een week later werd hij in zijn woonplaats Seraing doodgeschoten. Niemand is ooit veroordeeld voor de aanslag.

Koude Oorlog

Zoals de meeste communistische partijen zou de KPB erg lijden onder de Koude Oorlog. Ondanks een korte opleving in de jaren '60 zou de partij nooit meer de electorale grootte van direct na de oorlog evenaren. Ook de Sovjet-Chinese breuk deed de partij schaadde. Dit leidde namelijk tot een splitsing in de partij in 1963 toen de Chinees georiënteerde leden onder leiding van Jacques Grippa de partij verlieten en een concurrerende Kommunistische Partij van België oprichtten. In 1985 verloor de KPB haar laatste twee vertegenwoordigers in het federaal parlement.

Federalisatie

Om in te spelen op de groeiende federalisatie van de Belgische politiek (de BSP was reeds in 1980 al opgesplitst) koos de KPB in maart 1989 zichzelf op te splitsen in twee aparte partijen, de Kommunistische Partij Vlaanderen (KP) en de Parti Communiste Wallonie-Bruxelles (PC). Dit betekende het einde van de KPB als heel-Belgische partij. Zowel de KP als de PC hebben electoraal slechts beperkt succes gehad. De rol van KPB in het politieke stelsel is in grote delen ingenomen door de PVDA. De KP Vlaanderen hield in 2009 op te bestaan.

Nieuwe Partij

In 2018 heeft de PC besloten om weer de identiteit van de oude federale KPB om te pakken en zich wederom te organiseren in geheel België. Zij veranderde haar naam naar Communistische Partij van België (CPB).[2] Vooralsnog heeft de CPB alleen nog afdelingen in Wallonië en Brussel.[3]

Structuur

Voorzitters

Voorzitter Aangetreden Afgetreden
Julien Lahaut 1945 1950
Ernest Burnelle 1954 1968
Marc Drumaux 1968 1972
Louis Van Geyt 1972 1989
Secretaris-generaal Aangetreden Afgetreden
Joseph Jacquemotte 1934 1936
Julien Lahaut
Xavier Relecom
Georges Van den Boom
1936 1943
Edgar Lalmand 1943 1954

Regeringsdeelnames

Regering Premier Partijen Van Tot
Pierlot VI Hubert Pierlot Kath. Blok, LP-PL, BWP-POB, KPB-PCB 27 september 1944 12 december 1944
Van Acker I Achiel Van Acker BSP-PSB, UCB, LP-PL, KPB-PCB 12 februari 1945 2 augustus 1945
Van Acker II Achiel Van Acker BSP-PSB, UDB, LP-PL, KPB-PCB 2 augustus 1945 13 maart 1946
Van Acker III Achiel Van Acker BSP-PSB, LP-PL, KPB-PCB 31 maart 1946 3 augustus 1946
Huysmans Camille Huysmans BSP/PSB, LP-PL, KPB-PCB 3 augustus 1946 20 maart 1947

Ministers en staatssecretarissen

Bekende (ex-)leden

Voor een volledig overzicht van biografieën zie categorie KPB-politicus.