Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een onderwerp met betrekking tot de coronapandemie beschreven.
De informatie op deze pagina kan snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Bevestigde besmettingen per 100.000 inwoners per provincie (Peildatum 15 juni 2020)
 < 36
 36–43
 43–50
 50–57
 57–64
 64+
Aantal besmettingen (blauw) en doden (rood) door COVID-19 (logaritmische schaal). De stippellijnen geven het dagelijkse verschil aan.

In België startte de coronacrisis op 3 februari 2020. Het coronavirus SARS-CoV-2 werd vastgesteld bij een van de negen Belgische geëvacueerden die de dag ervoor met een vliegtuig arriveerden uit de Chinese stad Wuhan. De patiënt verkeerde volgens de toenmalige Belgische federale minister van Volksgezondheid Maggie De Block op 4 februari in goede gezondheid en vertoonde geen symptomen.[1] Hij was op 15 februari 2020 weer volledig virusvrij.[2]

In tegenstelling tot omliggende landen (Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) besloten de Belgische autoriteiten om geen informatie en/of statistieken te publiceren waar de besmettingen werden gerapporteerd anders dan de regio en provincie waar zij plaatsvonden; zoals Vlaanderen, Wallonië of Brussel.[3] In het dagelijkse updaterapport van Sciensano wordt op 26 maart 2020 voor het eerst een kaart gepubliceerd waarbij op gemeentelijk niveau het aantal geregistreerde besmettingen per 100.000 inwoners wordt weergegeven zonder hierbij echter het precieze aantal te vermelden. Uit deze kaart blijkt dat de hoogste geregistreerde concentraties aan besmettingen in Alken, Sint-Truiden en Quévy te vinden zijn.

Besmettingen

Een tweede besmette persoon werd op 29 februari opgenomen in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Deze kwam terug van een bezoek aan Frankrijk.[4]

De verspreiding van het virus ging vanaf 1 maart in stijgende lijn. Oorzaak hiervan was dat velen die tijdens de schoolvakantie in Noord-Italië op skivakantie waren geweest, terug naar het werk of naar school gingen. België riep op 1 maart fase 2 uit van het zogenaamde "Corona-noodplan". Als de overheid bij het uitvoeren van de contactopsporing het overzicht zou verliezen van wie er in contact waren gekomen met geïnfecteerden, dan zou fase 3 uitgeroepen worden.[5]

Op 11 maart maakte de overheid bekend dat het virus een eerste dode had geëist. Op dezelfde dag overleden nog twee patiënten.[6]

Op 27 maart raakte bekend dat in België, als eerste land van Europa, een dier besmet was geraakt. Het ging over een huiskat. Het werd ontdekt in de Universiteit van Luik. Eerder was al bekend dat twee honden uit Hongkong tevens besmet waren.[7]

Voorgebouwde containers geplaatst naast de spoedafdeling voor de COVID-19-crisis in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen te Edegem; 14 maart 2020.

Evolutie

Volgens het dagrapport van Sciensano zijn op 1 april 2020 bij een totaal van 18.540 vastgestelde besmettingen de grootste geregistreerde besmettingsconcentraties terug te vinden in Alken met 63,5, Sint-Truiden (46,1), Wichelen (40,3), Quévy (38,1), Borgloon en Wellen (33,9). Van de grote steden kent Bergen met 28,5 de hoogste concentratie en Charleroi met 3,9 de laagste (aantallen per 10.000 inwoners). In België zijn op dat ogenblik twee regio's die duidelijk een hogere besmettingsgraad kennen dan de rest van het land: het zuidwesten van de provincie Limburg (met Alken en Sint-Truiden als epicentrum) en de Borinage in de provincie Henegouwen.

Een maand later (dagrapport 3 mei) zijn er 14 gemeenten met meer dan 100 gemelde besmettingen per 10.000 inwoners. De regio Sint-Truiden is hierbij het enige cluster (6 van de 14 gemeenten), geen van deze andere gemeenten zijn onderling aangrenzend. Opgemerkt dient hierbij dat de toename in de loop van april voor dit cluster wel gelijk was aan dat voor heel België (factor 3,5).

Van de vijf grootsteden heeft enkel Luik een hoger dan gemiddelde besmettingsgraad (36% hoger dan nationaal gemiddelde). Gent zit 40% beneden het gemiddelde. Brussel (42,4) zit op het gemiddelde maar kent wel grote verschillen van gemeente tot gemeente (Schaarbeek 30,7 - Anderlecht 64,5).

Tussen de provincies is het verschil in vastgestelde besmettingsgraad (per 10.000 inwoners) eind april (data 30 april) duidelijk minder groot dan bij het begin van de epidemie. De provincie Limburg kende op 1 april een graad die 60% hoger lag dan het nationaal gemiddelde, op 30 april is dit nog 46,6%. In de provincie Namen is de besmettingsgraad over dezelfde periode het sterkst toegenomen (van 42% lager dan het gemiddelde naar slechts 11% lager). Waals-Brabant kent de laagste graad, 26,5% lager dan het nationaal gemiddelde en ongeveer de helft minder dan in Limburg. Opvallend is ook de toename van de besmettingsgraad in de provincie Luik (30% hoger dan gemiddeld), die ondertussen deze van Limburg benadert. In vergelijking met verschillende andere Europese landen valt op dat de regionale verschillen in besmettingen in België eerder gering zijn. Het besmettingsniveau per 100.000 inwoners varieert tussen de provincies in België maximaal met een factor 2, in Nederland met factor 6, in Duitsland voor de deelstaten met 7, en in Frankrijk voor de regio's 12.

Aantal afgenomen tests

Op 1 april bedroeg het aantal afgenomen tests 63.115 (29,3% positief), op 30 april met 233.865 (20,7% positief) bijna vier keer meer. Vanaf 10 april werd het systematisch testen in de woon-zorgcentra opgestart, zowel bij personeel als bewoners. Op 30 april werden hier reeds 107.084 tests afgenomen waarvan 6,6% positief (bij personeel 4%, bewoners 10%). Op 10 april werd met 31,9% het hoogste percentage positieve tests gemeten (32.822 op 102.987); vanaf 22 april wanneer de testcapaciteit gevoelig verhoogd is daalt het percentage positieve tests erg snel, op 30 april bedraagt het nog 15,4% (gecumuleerd) en op dagbasis nog slechts 2,4%. Eind juni, wanneer het aantal besmettingen per dag nog ongeveer 80 bedraagt, is het aandeel positieve tests op dagbasis teruggevallen tot 0,62%. Begin augustus is het aandeel na de heropflakkering van de besmettingen in vooral Antwerpen en Brussel vervijfvoudigd tot 3,05% terwijl het aantal tests slechts toegenomen is met 50% (van ± 13.000/dag naar ± 20.000/dag). Na een beperkte terugval van de ratio afgenomen/positieve tests tot ± 2,1% eind augustus, steeg dit aandeel weer tot boven de 3,2% vanaf half september, ook al was het aantal afgenomen tests op dagbasis verder gestegen tot boven de 30.000.

Ratio positieve tests/afgenomen tests per regio, voortschrijdend 7-daags gemiddelde

Het hoge aandeel positieve tests begin april (op het hoogtepunt van de curve) is in grote mate te verklaren door het toen nog relatief gering aantal afgenomen tests (ongeveer 5.000/dag) die hoofdzakelijk afgenomen werden bij personen met duidelijk symptomen van COVID-19. Vanaf eind april ligt het aantal tests/dag systematisch boven de 10.000 om begin mei op te lopen tot 20.000.

Aantal besmettingen

In onderstaande grafiek wordt de evolutie van het aantal nieuw geregistreerde besmettingen per dag op voortschrijdende wijze weergegeven; dit betekent dat de eerste waarde in de grafiek betrekking heeft op het gemiddelde voor de zeven opeenvolgende dagen tot en met 1 maart, voor de volgende waarden schuift dit telkens 1 dag op (dus tot 2 maart enz). Uit deze grafiek blijkt dat een eerste piek van het aantal nieuw vastgestelde besmettingen bereikt werd rond 4 april. Op 11 april werd als gevolg van het hoger aantal afgenomen testen een nieuwe piek bereikt, waarna de curve neerwaarts afbuigt. Vanaf 23 april viel het aantal besmettingen, ondanks de sterke toename van het aantal uitgevoerde tests, snel terug tot midden juni, toen het gemiddeld aantal besmettingen per dag stabiliseerde rond 90. Midden juli begon het aantal besmettingen weer te stijgen om begin augustus een niveau van ongeveer 500 per dag te bereiken. Deze stijging deed zich in eerste instantie vooral voor in de stad Antwerpen maar nadien ook in andere gemeenten. Na een beperkte terugval tot ongeveer 400 besmettingen per dag trad vanaf begin september opnieuw een ditmaal forsere stijging op waarbij op 9 september voor het eerst sedert 21 april de kaap van 1000 besmettingen per dag overschreden werd. Gelijkaardige, soms nog sterkere, stijgingen doen zich ook voor in een aantal andere Europese landen. De situatie is echter niet helemaal te vergelijken met die van het voorjaar, omdat het aantal testen veel hoger lag in september en in het voorjaar vooral mensen met symptomen werden getest, waar dat later breder ging.[8]

Bevestigde nieuwe besmettingen per dag, voortschrijdend 7-daags gemiddelde
  • Opmerking: dit voortschrijdend weekaantal voor de laatste drie vermelde dagen kan de eerstkomende dagen nog evolueren door vertraging in de rapportering.

Midden juli begon het aantal besmettingen weer te stijgen om begin augustus een niveau van ongeveer 500 per dag te bereiken. Deze stijging deed zich in eerste instantie vooral voor in de stad Antwerpen maar nadien ook in andere gemeenten. Als gevolg hiervan werd een aantal maatregelen weer verscherpt in het hele land en werden in Antwerpen (o.a. algemene mondmaskerplicht en avondklok) en nadien Brussel (algemene mondmaskerplicht) nog extra specifieke verordeningen ingevoerd.

Bevestigde nieuwe besmettingen per dag per miljoen inw., voortschrijdend 7-daags gemiddelde
Voortschrijdend aantal besmettingen per week per 100.000 inw. - 5 grootsteden

Stijgende curve/derde golf

Net als in veel andere Europese landen begonnen omstreeks midden maart de besmettingen flink op te lopen onder invloed van de meer besmettelijke Britse variant van het virus.

Opbouw groepsimmuniteit

Viroloog Marc Van Ranst bevestigt het vermoeden dat sommige Belgen besmet zijn met het coronavirus zonder dat te weten. Uit de onderzoeken die UZ Brussel uitvoert op patiënten voor kleine ingrepen, die geen COVID-19-symptomen hebben, blijkt dat 10% toch het virus dragen en een infectie in de longen hebben.[9] Gedeeltelijke groepsimmuniteit mindert de verspreiding van het virus. Op 2 april 2020 kondigde het Rode Kruis aan het bloed van bloeddonoren systematisch te gaan testen op antistoffen, om zo een beeld te krijgen van de immuniteit bij de Belgische burgers.[10]

Mortaliteit

Tijdelijk vastgestelde oversterfte gedurende 2020

Vanaf week 12 (16 tot 22 maart) wordt ten opzichte van het verwachte aantal overlijdens (gebaseerd op het gemiddelde aantal sterfgevallen tijdens de laatste 5 jaren voor dezelfde periode) een duidelijke oversterfte vastgesteld. In week 12 enkel voor 2 van de 7 dagen, vanaf week 13 wordt elke dag een oversterfte waargenomen. Voor week 14 (30 maart tot 5 april) bedraagt de oversterfte 80,8%. Het niveau van de oversterfte overtreft voor deze week met 15,1% het aantal gemelde COVID-19-sterfgevallen. Voor week 15 ligt de gemelde oversterfte voorlopig bijna 2,9% lager dan het aantal voor deze week gemelde COVID-19-sterfgevallen (bevestigde en vermoede) en voor week 16 bedraagt dit verschil -11,5% (getallen kunnen retroactief nog aangepast worden). In het totaal ligt de oversterfte voor de periode van 16 maart tot 26 april bij 56,4% en ligt 5,7% hoger dan het aantal gemelde COVID-19-overlijdens. De oversterfte die voor week 15 nog bij 95% lag is voor week 17 teruggevallen naar 40,1%. Opvallend zijn de regionale verschillen, de oversterfte is veel hoger in Brussel (103,3%) dan in Wallonië (62,3%) waarvoor het percentage dan weer beduidend hoger is dan in Vlaanderen (45,5%). Voor Vlaanderen is de oversterfte ondertussen lager dan het aantal gemelde COVID-19-overlijdens voor dezelfde periode (-7,2%), voor Brussel en Wallonië is de oversterfte nog licht hoger dan het aantal gemelde COVID-19-overlijdens (resp. 4,3% en 2,7%).

Periode Verwacht
Aantal
2020
Aantal
Oversterfte
Aantal
Oversterfte
%
COVID-19
Gemeld
aantal
Verschil
COVID-19 met
oversterfte
Verschil
%
week 12 (16 maa-22 maa) 2.276 2.543 267 11,7% 178 89 50,0%
week 13 (23 maa-30 maa) 2.250 3.184 934 41,5% 752 182 24,2%
week 14 (31 maa-5 apr) 2.219 4.013 1.794 80,8% 1.558 236 15,1%
week 15 (6 apr-12 apr) 2.189 4.269 2.080 95,0% 2.143 -63 -2,9%
week 16 (13 apr-19 apr) 2.159 3.681 1.522 70,5% 1.719 -197 -11,5%
week 17 (20 apr-26 apr) 2.126 2.979 853 40.1% 1.246 -393 -31,5%
Totaal België 13.219 20.669 7.450 56,4% 7.596 -146 -1,9%
Vlaanderen 7.620 11.087 3.467 45,5% 3.738 -271 -7,2%
Brussel 1.208 2.456 1.248 103,3% 1.196 52 4,3%
Wallonië 4.391 7.126 2.735 62,3% 2.662 73 2,7%

Oversterfte per provincie eerste golf

Voor de periode van week 12 tot en met week 16 heeft Statbel op 8 mei oversterftegetallen per provincie gepubliceerd. De sterftegetallen voor 2020 werden daarbij vergeleken met de gemiddelde waarde voor deze periode berekend over de laatste 10 jaar. In lijn met het geregistreerde aantal besmettingen is de oversterfte het grootst in de provincies Limburg en Luik, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen kennen een bijna identieke lager dan gemiddelde oversterfte.

Periode Gemid. 2009-2019
Aantal
2020
Aantal
Oversterfte
Aantal
Oversterfte
%
Antwerpen 1.661 2.423 762 45,9%
Oost-Vlaanderen 1.409 2.039 630 44,7%
West-Vlaanderen 1.240 1.842 602 48,5%
Vlaams-Brabant 983 1.669 686 69,8%
Limburg 720 1.562 842 116,9%
Vlaanderen 6.013 9.535 3.522 58,6%
Brussel 1.012 2.111 1.099 108,6%
Henegouwen 1.473 2.418 945 64,2%
Luik 1.139 2.037 898 78,8%
Namen 495 779 284 57,4%
Waals-Brabant 327 492 165 50,5%
Luxemburg 257 435 178 69,3%
Wallonië 3.691 6.161 2.470 66,9%
Totaal België 10.716 17.807 7.091 66,2%'

Oversterfte per provincie: maart tot december 2020

De sterftegetallen voor COVID-19 worden door Sciensano enkel weergegeven per regio. Op basis van de mortaliteitsgetallen gepubliceerd door Statbel voor de periode van 10 maart 2020 (eerste COVID-19-overlijden in België) tot 31 december 2020, in vergelijking met deze getallen voor dezelfde periode in 2019 kan een indicatie bekomen worden van de oversterfte per provincie. Uit de onderstaande getallen blijkt dat deze voor de Vlaamse provincies vrij gelijklopend is en schommelt tussen de 16,8% en 19,7% voor een gemiddelde van 18,2% voor het gewest. In Wallonië is de oversterfte met 29,7% meer dan 60% hoger dan in Vlaanderen en valt op dat de provincies Luik en Henegouwen, die vooral tijdens de tweede golf zwaar getroffen werden, een opmerkelijk hoger oversterftegetal kennen (+/-10%) dan de drie andere Waalse provincies. Het Brussels Gewest noteert een nog iets hoger getal met 31,3% vergelijkbaar met de getallen voor Luik en Henegouwen. In vergelijking tot het aantal aan COVID-19[bron?] toegeschreven (Sciensano-getallen van 10 maart tot 31 december 2020) per regio valt op dat in Vlaanderen en Brussel het aantal COVID-19-doden hoger ligt dan de oversterftegetallen (resp. 8,3% en 18,5%) en in Wallonië beduidend lager (-15,1%).

Periode Mortaliteit
2019
10/3 - 31/12
Aantal
Mortaliteit
2020
10/3 - 31/12
Aantal
Verschil
Aantal
Verschil
%
Doden
Covid-19
10/3 - 31/12
Aantal
Antwerpen 13.356 15.981 2.625 19.7%
Oost-Vlaanderen 11.507 13.487 1.980 17.2%
West-Vlaanderen 9.992 11.908 1.916 19.2%
Vlaams-Brabant 8.114 9.479 1.365 16.8%
Limburg 6.143 7.200 1.057 17.2%
Vlaanderen 49.112 58.055 8.943 18.2% 9.683
Brussel 7.012 9.205 2.193 31.3% 2.599
Henegouwen 11.551 15.252 3.701 32.0%
Luik 8.879 11.872 2.993 33.7%
Namen 3.984 4.904 920 23.1%
Waals-Brabant 2.736 3.367 631 23.1%
Luxemburg 1.884 2.268 384 20.4%
Wallonië 29.034 37.663 8.629 29.7% 7.323
Totaal België 85.158 104.923 19.765 23.2%' 19.605

Mortaliteit gemeenten +50.000 inwoners

De sterftegetallen voor COVID-19 worden door Sciensano enkel weergegeven per regio. Op basis van de mortaliteitsgetallen gepubliceerd door Statbel voor 2020 in vergelijking met het gemiddelde voor dezelfde periode voor de jaren 2017-2018-2019 kan per gemeente de oversterfte berekend worden. Deze oversterfte is indicatief voor het aantal sterfgevallen te wijten aan COVID-19. Hieronder zijn deze getallen weergegeven voor de grootste gemeenten van het land (+50.000 inwoners) in dalende volgorde van inwonersaantal.

Rank Gemeente Inwoners
2020
Aantal
Mortaliteitgemiddelde
2017-2018-2019
Aantal
Mortaliteit
2020
Aantal
Oversterfte
Aantal
Oversterfte
%
1 Antwerpen 529.247 4.900 5.482 582 11,87 %
2 Gent 263.927 2.311 2.481 170 7,37 %
3 Charleroi 202.746 2.227 2.729 502 22,52 %
4 Luik 197.217 2.142 2.553 411 19,21 %
5 Brussel 185.103 1.196 1.523 327 27,38 %
6 Schaarbeek 132.799 754 926 172 22,81 %
7 Anderlecht 120.887 981 1.258 277 28,24 %
8 Brugge 118.656 1.333 1.421 79 5,95 %
9 Namen 111.432 1.221 1.421 200 16,41 %
10 Leuven 102.275 827 903 76 9,23 %
11 Sint-Jans-Molenbeek 97.979 724 876 152 21,05 %
12 Bergen 95.887 1.010 1.291 281 27,86 %
13 Elsene 85.632 484 560 76 15,78 %
14 Aalst 87.332 865 1.017 152 17,53 %
15 Mechelen 86.921 738 793 55 7,45 %
16 Ukkel 83.980 844 1.002 158 18,67 %
17 La Louvière 81.138 831 1.001 170 20,41 %
18 Hasselt 78.714 762 854 92 12,07 %
19 Sint-Niklaas 78.531 791 861 70 8,90 %
20 Kortrijk 77.109 879 1.016 137 15,54 %
21 Oostende 71.647 1.007 1.078 71 7,09 %
22 Doornik 69.083 866 1.020 154 17,83 %
23 Genk 66.447 650 734 84 12,87 %
24 Seraing 64.192 710 957 247 34,85 %
25 Roeselare 63.478 563 683 120 21,24 %
26 Moeskroen 58.767 645 807 162 25,18 %
27 Sint-Lambrechts-Woluwe 57.712 459 579 120 26,05 %
28 Vorst 56.581 382 493 111 28,95 %
29 Verviers 55.290 562 714 152 27,12 %
30 Jette 52.728 472 585 113 24,03 %

Maatregelen

Zie Maatregelen Coronacrisis in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Federale regering

Organigram van de federale besluitvorming.
Mensen staan in rij om sociale afstand te bewaren.

De Belgische federale regering heeft een aantal maatregelen getroffen die er vooral op gericht waren de verspreiding van besmettingen te voorkomen. Dit gebeurde in verschillende fases naarmate de ernst van en de omvang van de crisis duidelijker werd.

Vlaamse regering

De Vlaamse regering nam vanaf 13 maart 2020 een hele reeks maatregelen inzake de sluiting van dienstencentra, woon-zorgcentra, dagopvang en dagverzorging, de rijopleiding, de autokeuring, bustickets, scholen, noodsituatie volksgezondheid, uitstel van procedures, en allerlei tegemoetkomingen.

De Vlaamse regering laat zich voor wat betreft het aanpakken van de economische gevolgen van de coronacrisis bijstaan door een relancecomité van zes onafhankelijke wetenschappers: Koenraad Debackere, Stijn Baert, Marion Debruyne, Wouter De Geest, Ans Devos, Geert Noels.[11]

Brusselse regering

Eveneens vanaf 13 maart gold in het Brussels Gewest een verbod op grootschalige evenementen en bijeenkomsten, bezoeken aan rust- en verzorgingstehuizen, schoolreizen in het buitenland, uithuiszettingen, afsluiting elektriciteits- of gasvoorziening, werd uitstel verleend van sommige verval- en beroepstermijnen, en een eenmalige premie van 4.000 euro toegekend aan een aantal bedrijven.

Vanaf 8 oktober moesten cafés, bars en feestzalen opnieuw sluiten voor een maand. Restaurants mochten openblijven.[12]

Gebrek aan beschermend materiaal voor medisch personeel

Ambulanciers dragen beschermende kledij tijdens een interventie (Brussel).

Bij het uitbreken van de pandemie bleek er een tekort te zijn aan beschermende middelen voor het medisch personeel, zoals chirurgische en andere mondmaskers, en ook desinfecterende handgels. Op 26 maart klaagde de Franstalige Belgische federatie van zelfstandige verplegers aan dat distributie van mondmaskers aan verpleegkundigen chaotisch verloopt. Er bleek geen officieel register te bestaan, al werd daar al meer dan tien jaar om gevraagd.[13]

De textielsector in België bleek niet in staat om mondmaskers te produceren om het tekort op te vangen.[14]

Op 25 maart klaagde PVDA-kamerlid Sofie Merckx aan dat sinds 2009 de verschillende regeringen de strategische reserves van mondmaskers niet hebben vernieuwd, ten gevolge van besparingen in de gezondheidszorg. Bij het bereiken van hun vervaldatum in 2018 besliste minister van Volksgezondheid Maggie De Block om 6 miljoen mondmaskers te vernietigen en niet te vervangen.[15] Minister De Block weet dit aan administratieve procedures.[16][17]

Vaccins en vaccinatie

Ontwikkeling

Begin januari 2020 werd in China het genoom van het SARS-CoV-2-virus in kaart gebracht en vrijgegeven. Dit was voor de wetenschappelijke wereld en farmabedrijven het startsein om onderzoek op te starten naar het ontwikkelen van een vaccin.

Status

  • Pfizer-BioNtech: goedgekeurd door het EMA op 21 december 2020
  • Moderna: goedgekeurd door het EMA op 6 januari 2021
  • Astra-Zeneca: goedgekeurd door het EMA op 29 januari 2021
  • Janssen Pharmaceutica: testfase 3 gestart 23 september 2020, goedgekeurd door EMA op 11 maart 2021
  • CureVac: testfase 3

Aankoop

De aankoop van vaccins bij verschillende farmaceutische bedrijven werd voor de verschillende lidstaten waaronder België op niveau van de Europese Unie afgehandeld. De EU sloot contracten met zes bedrijven voor een totaal van 1,3 miljard dosissen met bijkomende opties voor 460 miljoen doses. België tekende in voor vijf van de zes vaccins die op dat ogenblik in ontwikkeling waren voor volgende hoeveelheden:

  • Astra-Zeneca (UK/S): 7.740.000 doses
  • Janssen Pharmaceutica (B) / (Johnson & Johnson) (USA): 5.160.000 doses
  • Pfizer-BioNtech (USA/D): 5.000.000 doses
  • CureVac (D): 2.900.000 doses
  • Moderna (USA): 2.000.000 doses
  • Totaal: 22.800.000 doses

Aangezien meestal 2 doses nodig zijn voor vaccinatie volstaat de door België bestelde hoeveelheid net om de totale bevolking van ongeveer 11.400.000 inwoners te behandelen.

Vaccinatiestrategie

België heeft gekozen om de vaccinatie van de bevolking getrapt te laten verlopen waarbij prioritair de bewoners en het personeel van woonzorgcentra aan de beurt komen. Daarna volgt het gezondheidspersoneel in ziekenhuizen en nadien verzorgend personeel in andere instellingen en het overige ziekenhuispersoneel. Nadien worden de 65+ bevolking en de risicopatiënten (18 tot 64 jaar) behandeld en uiteindelijk de rest van de bevolking. De vaccinatie is nooit verplicht, ook niet voor medisch en verzorgend personeel. Voor minderjarigen (min 18) is op dit ogenblik geen systematische vaccinatie voorzien.

De planning voor de vaccinaties is als volgt bepaald:

  • Bewoners en personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen - vanaf begin januari - 289.000 personen
  • Gezondheidspersoneel ziekenhuizen - vanaf eind januari - 134.000 personen
  • Zorgverleners eerste lijn - vanaf midden februari - 170.000 personen
  • Personeel collectieve zorginstellingen en ander ziekenhuispersoneel - vanaf midden/eind februari - 297.000 personen
  • 65-plussers - vanaf 15 maart - 1.850.000 personen
  • Risicopatiënten 18 - 64 jaar - vanaf einde maart - 1.200.000 personen
  • Kritieke beroepen (politie op het terrein) - vanaf einde maart - 20.000 personen
  • Algemene bevolking ouder dan 18 (van oud naar jong) - vanaf mei - 5.000.000 personen

Deze planning is onderhevig aan de tijdige levering van de door de overheid bestelde vaccins door de betroffen pharmaceutische bedrijven.

Voor het verzenden van de uitnodiging worden op grote schaal persoonsgegevens verwerkt, wat aanleiding gaf tot bezorgdheid inzake privacy.

Vaccinaties per gewest per leeftijdsgroep (1e dosis inclusief J&J)

Cijfers op 10 juli (data afgesloten 9 juli)

Leeftijd Vlaanderen Brussel Wallonië België Vlaanderen
Aandeel%
Leeftijdsgroep
Brussel
Aandeel%
Leeftijdsgroep
Wallonië
Aandeel%
Leeftijdsgroep
België
Aandeel%
Leeftijdsgroep
18 tot 34 jaar 930.478 118.048 443.149 1.491.675 70,12 41,28 57,93 62,73
35 tot 44 jaar 718.511 99.656 313.577 1.131.744 85,32 53,47 68,57 76,17
45 tot 54 jaar 784.251 106.027 381.636 1.271.914 87,06 66,62 76,54 81,61
55 tot 64 jaar 852.007 91.274 402.601 1.345.882 93,08 74,22 82,98 88,34
65 tot 74 jaar 687.251 65.812 345.811 1.098.874 97,76 79,69 89,87 93,89
75 tot 85 jaar 439.087 40.649 182.314 662.050 98,56 80,65 89,79 94,72
85+ 203.124 21.309 80.699 305.132 97,18 80,07 81,09 91,05
Totaal 4.614.709 542.775 2.149.787 7.307.271 86,37 59,38 74,30 79,86

Statistieken

Opmerking: In het Sciensano-dagrapport (bron van de hieronder vermelde getallen) van 15 april wordt verduidelijking gegeven over de wijze waarop het aantal sterfgevallen in kaart wordt gebracht. Het totaal aantal wordt samengesteld uit de gegevens verstrekt door enerzijds de ziekenhuizen en anderzijds de woon-zorgcentra. Voor de ziekenhuizen gaat het om 100% bevestigde gevallen van COVID-19, voor de woon-zorgcentra gaat het zowel om bevestigde als vermoedelijke gevallen van COVID-19. Tot en met 14 april vertegenwoordigen de sterfgevallen in woon-zorgcentra 45,7% van het totaal waarbij het in slechts 3,1% van de gevallen (63 op een totaal van 2029) om 100% bevestigde gevallen gaat.

Grafieken tests, besmettingen, gehospitaliseerden, intensieve zorgen, sterfgevallen, vaccinaties

Onderstaande grafieken en aantallen zijn gebaseerd op de actuele data, het kan dus zijn dat deze aantallen retroactief aangepast worden bij nieuwe rapporten!

Daggetallen

Voortschrijdend 7-daags daggemiddelde - Ziekenhuisopnames, ziekenhuisontslagen, sterfgevallen


Verloop van het aantal ziekenhuispatiënten
Verloop van het aantal patiënten op Intensieve Zorg

Voortschrijdend verloop

Totaal aantal bevestigde besmettingen en gehospitaliseerden
Totaal aantal gemelde sterfgevallen
Totaal aantal gevaccineerden

Weekgetallen

Wekelijks uitgevoerde tests
  • Opmerking: dit aantal voor de laatste week zal de eerstkomende dagen nog evolueren door vertraging in de rapportering.
Aantal nieuwe besmettingen per week
  • Opmerking: dit aantal voor de laatste week zal de eerstkomende dagen nog evolueren door vertraging in de rapportering.
Bevestigde sterfgevallen per week
  • Opmerking: dit aantal voor de laatste week zal de eerstkomende dagen nog evolueren door vertraging in de rapportering.
Vaccinatie 1e dosis per week (inclusief J&J)
  • Opmerking: dit aantal voor de laatste week zal de eerstkomende dagen nog evolueren door vertraging in de rapportering.

Overzichtstabellen COVID-19 in België

Geregistreerde besmettingen per gewest/provincie

  • Gegevens op 11 mei 2021 (data afgesloten 10 mei)
  • Besmettingen per 10.000 inwoners gebaseerd op inwoneraantallen 2019
Gewest/provincie Besmettingen Aandeel% per 10.000

inwoners

Index

België=100

België 1.017.876 100,0% 890,5 100,0
Vlaanderen 474.156 47,5% 719,6 82,4
Antwerpen 130.755 13,1% 703,8 80,6
Oost-Vlaanderen 117.176 11,7% 773,4 88,5
West-Vlaanderen 91.870 9,2% 768,3 88,0
Vlaams-Brabant 77.580 7,8% 676,9 77,5
Limburg 56.775 5,7% 649,6 74,4
Brussel 125.401 12,6% 1.037,6 118,8
Wallonië 398.888 40,0% 1.098,1 125,7
Henegouwen 150.217 15,0% 1117,5 127,9
Luik 123.730 12,4% 1117,7 128,0
Namen 56.540 5,7% 1146,7 131,3
Waals-Brabant 38.720 3,9% 959,4 109,8
Luxemburg 29.681 3,0% 1042,8 119,4
Onbekend 19.431 1,9% - -

Besmettingsratio per provincie

Verhouding besmettingen/tests per provincie (voortschrijdend weekgetal)
  • Opmerking: dit voortschrijdend weekaantal voor de laatste twee vermelde dagen kan de eerstkomende dagen nog sterk evolueren door vertraging in de rapportering.

Geregistreerde besmettingen per leeftijdsgroep en geslacht

Voortschrijdend weekgetal nieuwe besmettingen per leeftijdsgroep
  • Opmerking: dit voortschrijdend weekaantal voor de laatste drie vermelde dagen kan de eerstkomende dagen nog sterk evolueren door vertraging in de rapportering.

Getallen op 11 mei (data afgesloten op 10 mei)

Leeftijd Totaal Aandeel%
Totaal
Besmet per
10.000
0 - 9 42.446 4,2 332,0
10 - 19 118.187 11,7 920,8
20 - 29 165.362 16,3 1.172,7
30 - 39 158.594 15,7 1.069,0
40 - 49 157.026 15,5 1.042,1
50 - 59 146.006 14,4 916,3
60 - 69 85.914 8,5 648,1
70 - 79 56.475 5,6 625,6
80 - 89 56.215 5,6 1.051,4
90 + 25.497 2,5 2.268,9
Totaal 1.011.722 100,0 885,0

Opmerking: Het hoge aantal besmettingen per 10.000 inwoners voor de leeftijdsgroepen 80-89 jaar en 90+ (in verhouding tot de andere leeftijdsgroepen) is in belangrijke mate te verklaren door het systematisch testen van de bewoners in de woon-zorgcentra (+/-143.000 tests d.d. 19 mei) van wie het overgrote deel in deze leeftijdsgroepen valt. In totaal telt België 647.000 inwoners ouder dan 80 jaar, voor 81.712 besmettingen geeft dit een besmettingsgraad van 12,6%.

Sterfgevallen per leeftijdsgroep en geslacht

Sterfgevallen per week per leeftijdscategorie

Cijfers op 11 mei (data afgesloten 10 mei)

Leeftijd Man
Aantal
Vrouw
Aantal
Totaal
Aantal
Aandeel
Man
per
leeftijd
Aandeel
Vrouw
per
leeftijd
Aandeel
Leeftijd
Totaal
0 -24 4 7 11 36,4% 63,6% 0,0%
25 - 44 66 51 117 56,4% 43,6% 0,5%
45 - 64 1.012 506 1.518 66,7% 33,3% 6,2%
65 - 74 2.088 1.121 3.209 65,1% 34,9% 13,1%
75 - 85 4.016 3.225 7.241 55,5% 44,5% 29,5%
85+ 5.149 7.297 12.446 41,4% 58,6% 50,7%
Totaal 12.335 12.214 24.542 50,2% 49,8% 100.0%

Sterfgevallen per gewest

Getallen gecumuleerd van dag tot dag en ingedeeld per regio volgens plaats van overlijden zoals meegedeeld door de autoriteiten. Op 31 maart werden retroactief nieuwe getallen voor de periode 11 tot en met 29 maart vrijgegeven. Op 7 april werden retroactief 241 nog niet gemelde overlijdens meegedeeld die zich vanaf 1 april tot en met 4 april voordeden in Vlaamse woon-zorgcentra. Eerdere sterfgevallen in Vlaamse woon-zorgcentra zijn op 7 april nog niet opgenomen. Diezelfde dag nog werd door de Vlaamse overheid gemeld dat er tot op 4 april in de Vlaamse woon-zorgcentra in totaal 619 overlijdens gerelateerd aan COVID-19 vastgesteld werden. Op 10 april werden nog eens 171 overlijdens tijdens de periode van 18 tot 31 maart in Vlaamse woon-zorgcentra gemeld. Op 26 augustus werden door Sciensano nieuwe naar beneden toe gecorrigeerde getallen gegeven voor het totaal aantal overlijdens, deze aanpassing had voornamelijk te maken met dubbeltellingen in de getallen van de Vlaamse woon-zorgcentra die tot dan toe vermeld werden.

Sterfgevallen per gewest
Sterfgevallen per gewest per 100.000 inwoners

Sterfgevallen per gewest per leeftijdsgroep

Getallen op 4 feb (data afgesloten 3 feb)

Leeftijd VL BHG WAL België VL % BHG% WAL% België%
0 tot 24 jaar 4 4 0 8 50,0 50,0 0,0 0,0
25 tot 44 jaar 31 26 37 94 33,0 27,7 39,4 0,4
45 tot 64 jaar 417 246 517 1.180 35,3 20,8 43,8 5,6
65 tot 74 jaar 1.021 382 1.148 2.551 40,0 15,0 45,0 12,0
75 tot 85 jaar 3.073 803 2.222 6.098 50,4 13,2 36,4 28,8
85+ 6.191 1.239 3.827 11.257 55,0 11,0 34,0 54,1
Totaal 10.737 2.700 7.751 21.188 50,7 12,7 36,6 100,0

Economische gevolgen

Zie Economische gevolgen van de coronacrisis in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Door de overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus werd een groot deel van de economie van België negatief beïnvloed: hele sectoren vielen stil of zagen hun afzet wegvallen. De verschillende regeringen stelden economische hulpplannen op om werklozen, zelfstandigen en bedrijven te ondersteunen.

Institutioneel kader

De federale regeringsmaatregelen werden tot 6 oktober 2020 genomen in de Nationale Veiligheidsraad (NVR), die bestaat uit de eerste minister en de vice-eersteministers, uitgebreid met de ministers-presidenten van de gewesten en gemeenschappen. Binnen de nieuwe regering-De Croo nam op 6 oktober het Overlegcomité het coronabeleid over.

Aangezien de gebeurtenissen een coördinatie op federaal vlak vereisten, trad het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) in werking, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 31 januari 2003.[18] Deze reglementering voorziet vier fases: de operationele en gemeentelijke fase (burgemeester), de provinciale fase (provinciegouverneur), en de federale fase (minister van Binnenlandse Zaken). In dit laatste geval is het de taak van het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) een coördinatie op federaal vlak te organiseren. Binnen dit centrum worden dan een aantal ad-hoc-comités, cellen, raden en werkgroepen gevormd, zoals de "" (RAG), de "Risk Management Group" (RMG) of het "Wetenschappelijk comité Coronavirus".[19][20]

In maart 2021 werd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken een ontwerp-pandemiewet voorgesteld.[21][22]

Controverses

Mondmaskers

Een mondmasker is verplicht in de Brusselse metro.

Bij de aanvang van de crisis werd burgers afgeraden mondmaskers te dragen. Maskers zouden "geen zin hebben", "een vals gevoel van veiligheid geven", en "doorgaans verkeerd worden gebruikt, met nog hoger risico". Nadien werd de communicatie bijgesteld naar "nuttig", en uiteindelijk zelfs "aanbevolen" tijdens het afbouwen van de maatregelen. Critici vermoedden dat het ontraden van mondmaskers niet zozeer ingegeven was door medische redenen, maar eerder door een tekort aan maskers, vooral voor de zorgsector, en hekelden de schijnbaar tegenstrijdige communicatie.[23][24][25]

Op 23 maart kwam aan het licht dat een voorraad van 6 miljoen FFP2-maskers in 2018 vernietigd werd, zonder ze te vervangen. De mondmaskers werden aangekocht naar aanleiding van de H1N1-griepepidemie in 2009. In 2017 werd besloten ze te vernietigen. Uit besparingsoverwegingen heeft toenmalig minister Maggie De Block (Open Vld) daarop beslist de stock niet te hernieuwen.[26]

De openbaarvervoer-bedrijven NMBS en De Lijn hebben mondmaskers verplicht, nadat door de versoepeling van de beperkingen, het passagiersaantal zodanig steeg dat de handhaving van de nodige afstand niet meer mogelijk was. Bij de spoorwegen is het vervoer tijdens de lockdown gedaald tot ongeveer 10% van normaal en er kon gemakkelijk voldoende treinmaterieel ingezet worden, zodat reizigers voldoende ruimte hadden. Bij de heropening van de scholen wordt een grote drukte verwacht in de bussen.[27]

Strikte lockdown

Antwerps burgemeester en N-VA-voorzitter Bart De Wever liet in een Facebook-reclame verstaan dat hij het strikt uitgaansverbod in parken een overdreven maatregel vond: "Er staan dingen in het ministerieel besluit die ik niet wil toepassen, omdat ik ze niet kan uitleggen (…) Men mag ook niet rusten op een bank? Dat ga ik niet handhaven."[28] De advertentie werd spoedig ingetrokken, en op 13 april verontschuldigde De Wever zich voor wat hij "geen goede advertentie" noemde, omdat het suggereerde "dat we de regels niet zouden moeten volgen".[29]

In het weekend van 11-12 april braken in de Anderlechtse wijk Kuregem rellen uit, vermoedelijk aangevuurd door de oplopende spanning na vier weken lockdown.[30] Nadat een vluchtende jongeman omkwam bij een botsing met een politievoertuig, gingen jonge relschoppers bij het plunderen van een politievoertuig aan de haal met een dienstwapen.[31] Kort nadien besloot de gemeenteraad om de plannen voor het uitbreiden van autoluwe straten versneld uit te voeren.[32]

In februari 2021 bracht filmregisseur Ceci n’est pas un complot[33] ("Dit is geen complot") uit, een kritische documentaire over 9 maanden coronamaatregelen en mediaverslaggeving in België, waarin de strenge vrijheidsbeperkingen en vooral de "kritiekloze media" op de korrel worden genomen.[34][35] Crutzen verwees daarbij ook naar wetenschappelijk geformuleerde kritiek zoals die van de Verklaring van Great Barrington, en kritische artsen in Duitsland.[36] De film veroorzaakte veel commotie in Wallonië en op de sociale media, en kreeg kritiek in de officiële pers.[37][38][39]

Bezoek in woon-zorgcentra

Toen de Nationale Veiligheidsraad op 15 april besloot beperkt bezoek te gaan toelaten in de woon-zorgcentra,[40] stak in Vlaanderen een storm van kritiek op uit de sector,[41] die van oordeel was niet gehoord en niet voorbereid te zijn. Ook bevoegd Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) drong aan op uitstel.[42] Ook de Waalse en Brusselse overheden pleitten weliswaar voor uitstel, maar willen toch snel de voorbereidingen starten, om de sociale noden van ouderen te lenigen.[43] In de praktijk werd bezoek daarom nog steeds niet toegelaten.

Kritiek op de maatregelen

Professor vroeg zich in een opiniebijdrage af waarom we zo makkelijk meestappen in een zuiver medische logica.[44] Deze uitspraak kwam hem echter op kritiek te staan van professoren Patrick Loobuyck en .[45]

Professor staatsrecht Hendrik Vuye stelde zich daarnaast vragen bij het democratisch gehalte van de volmachten die aan de regering-Wilmès werden toegekend.

Vanuit de cultuursector werden meermaals noodkreten geslaakt vanwege de aanslepende, gedwongen sluiting, onder meer door regisseur Frank Van Laecke.[46][47] Begin augustus 2020 werd een “Crisiscel Cultuur” opgericht, om ervoor te zorgen dat de sector de coronacrisis overleeft.[48]

Gezondheidseconoom Lieven Annemans trok herhaaldelijk het nut van de strenge maatregelen in twijfel, en ontving daarvoor in mei 2021 de Prijs voor de Vrijheid.[49]

Beteugeling

Vanaf het begin van de crisis werden overtredingen van de lockdownmaatregelen in sommige gemeenten bestraft met GAS-boetes. Zowel de wettelijkheid als de wenselijkheid van deze boetes werd echter betwist.[50]

Op 15 december 2020 deelden de procureurs-generaal mee dat boetes voor lockdownfeestvierders stijgen tot 750 euro, die voor organisatoren tot 4.000 euro. Voor de deelnemers stijgen de boetes van 250 naar 750 euro. Woonstbetredingen moeten worden toegelaten door het parket en drones mogen niet worden gebruikt om lockdownparty's op te sporen.[51]

Boetes werden met wisselend succes aangevochten voor de rechtbanken. Enkele politierechters scholden coronaboets kwijt, maar de correctionele rechtbanken draaiden die vonnissen meestal terug. In mei 2021 vonniste de correctionele rechtbank van Kortrijk in beroep echter dat een aantal coronaboetes onwettig waren. Het parket kondigde aan daartegen in cassatieberoep te gaan.[52]

Evaluatie

Europese Commissie

In haar aanbevelingen van 19 mei 2020 voor het Belgisch economisch, sociaal en begrotingsbeleid, noteert de Commissie dat het Belgisch systeem goed presteerde tijdens de acute crisis, maar ze wijst op enkele structurele problemen:

Pano

Uit een evaluerende reportage van het duidingsmagazine Pano op 27 mei 2020 bleken de belangrijkste conclusies over de aanpak van de crisis:[55]

  • het virus werd aanvankelijk onderschat;
  • reizigers die terugkeerden uit risicogebieden werden onvoldoende gescreend;
  • er is te weinig getest (onder meer door een tekort aan reagentia en beschermingsmateriaal, en te strenge criteria bij de zogenoemde "gevalsdefinitie");
  • de strategische reserves waren te klein, of onbestaande;
  • contactopsporing is essentieel, maar kwam traag op gang.

Op 7 oktober 2020 wijdde Pano opnieuw een reportage aan COVID-19, ditmaal rond de vernietiging van een voorraad mondmaskers in 2015 en in 2018.[56]

The Economist

In een evaluatierapport van juni 2020 van The Economist over het overheidsbeleid tijdens de coronapandemie in 21 lidstaten van de OESO[57] scoorde België erg laag (2,7/1,8 op 4/4), samen met Italië, Spanje (3/1,8), en het Verenigd Koninkrijk (2,7/2). Experten wezen er echter op dat België corona-overlijdens zeer ruim interpreteert, en bijgevolg "hogere" sterftegetallen publiceerde.[58] En volgens statisticus vertoont het rapport ernstige methodologische gebreken.[59]

Vlaamse Ombudsdienst

Het Vlaams Parlement besprak op 3 juli het rapport "Stemmen uit de stilte" van de Vlaamse Ombudsdienst, dat een beeld schetste van wat zich in bepaalde woon-zorgcentra in het begin van de crisis had afgespeeld. Er was duidelijk sprake van chaos, schrijnende toestanden en een verregaand gebrek aan preventie.[60][61][62][63] Eenzelfde teneur in de reportage When Covid-19 hit, many elderly were left to die van The New York Times.[64]

Artsen zonder Grenzen

In haar rapport "Overgelaten aan hun lot" van juli 2020 bevestigt ook Artsen zonder Grenzen de trieste verhalen uit de woon-zorgcentra, die begin juli in het Vlaams Parlement besproken waren in een verslag van de Vlaamse Ombudsdienst. Verder wordt een reeks aanbevelingen geformuleerd.[65]

Amnesty International

In het rapport "Woonzorgcentra in de dode hoek" van 16 november 2020 stelt Amnesty International dat de Belgische autoriteiten van maart tot oktober 2020 de mensenrechten hebben geschonden van bewoners van woon-zorgcentra. Onder meer het recht op leven, het recht op gezondheid en het verbod op discriminatie werden met voeten getreden.[66][67][68]

Opinieonderzoek

Motivatie

Aan de Universiteit Antwerpen werd al op 17 maart een grootscheepse enquête opgezet om na te gaan hoe de bevolking met de coronamaatregelen omging. Het onderzoek is vooral interessant omdat het verschillende malen werd herhaald.[69] De Gentse Universiteit voerde vanaf 30 maart 2020 een vervolgonderzoek naar de motivatie van de bevolking. Op 23 december werd de 19e peiling gepubliceerd.[70]

Vaccinatiebereidheid

Op 12 december 2020 raakte bekend via een nieuwe enquête van de Universiteit Antwerpen bij 1200 Vlamingen dat 65% van de Vlamingen zich wil laten vaccineren. Zij vertrouwen erop dat de vaccins de situatie zullen verbeteren. 61 procent is van mening dat het versnellen van de productie van vaccins meer risico’s met zich meebrengt. Het advies van de huisdokter geniet het meeste vertrouwen. 23 procent van de ondervraagden twijfelt en 12 procent wijst vaccinatie af. Voor 83 procent is vaccinatie een effectieve strategie tegen de ziekte COVID-19. De Vlamingen die zich willen laten vaccineren zijn niet ongerust over de snelle ontwikkeling van het vaccin terwijl die twijfel veel groter is bij weigeraars en twijfelaars. 78 procent van alle ondervraagden is akkoord met de stelling dat vaccineren een collectieve actie is waarmee we de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus kunnen stoppen.[71]

Het Rode Kruis België stelde bij een onderzoek eind november 2020 bij Belgische bloeddonoren vast dat meer dan 14 procent van hen antistoffen heeft tegen het coronavirus. In september 2020 lag dit nog rond 5 procent.[72]

Na de commotie rond het AstraZeneca-vaccin meldde Test-Aankoop dat volgens haar 10e enquête, eind maart 2021, het vertrouwen van de Belgen in alle vaccins was afgenomen, hoewel het vertrouwen groter was naarmate de respondenten zich als "beter geïnformeerd" beschouwden.[73]

Zie ook

Externe links