Club Brugge KV is een Belgische voetbalclub, uitkomend in eerste klasse. Het is de populairste van de twee profclubs uit Brugge[1] – de andere is Cercle Brugge. De club, die sinds 1959 onafgebroken in de hoogste afdeling speelt, is bij de Voetbalbond aangesloten met stamnummer 3, heeft blauw-zwart als kleuren en speelt in het stedelijk Jan Breydelstadion.

In België veroverde enkel RSC Anderlecht meer landstitels dan Club Brugge en won geen enkele club meer bekers en supercups. Tevens is Club Brugge tot nog toe de enige Belgische club die de finale van de Europacup I (later hernoemd en hervormd tot de Champions League) speelde.

Geschiedenis

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Club Brugge voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de 19e eeuw was er in Brugge, net zoals in andere grote steden in het land, een aanzienlijke Engelse aanwezigheid. De aanwezigheid van Engelsen gaat ver terug in de tijd, maar vooral sinds de slag bij Waterloo spreekt men van een ware "Engelse kolonie" in Brugge. Naast oud-militairen kwamen zich ook lagere adel, oud-kolonialen en industriëlen vestigen in de stad. Velen onder hen verkozen Brugge als uitvalsbasis voor hun werk in de mechanisatie van de 19e-eeuwse linnenindustrie. Onder invloed van de Engelse aanwezigheid kwamen zowel de scholen van de katholieke Broeders Xaverianen als die van het neutrale Koninklijk Atheneum in contact met het voetbalspel. In 1890 sloegen oud-leerlingen van die scholen uiteindelijk de handen in elkaar en stichtten de eerste Brugse voetbalploeg: Brugsche Football Club. Een voetbalploeg leiden en tegelijk als speler fungeren was geen eenvoudige taak en op 13 november 1891 diende de vereniging opnieuw gesticht. Exact een jaar later werd een officieel bestuur geïnstalleerd. De club werd als pro-Vlaams opgericht, met als spreuk "mens sana in corpore sano". Nog voor de organisatie officieel erkend werd, verlieten in 1894 zestien leden de club en richtten Football Club Brugeois op. In de stad werd in 1895 ook nog de Vlaamsche Football Club de Bruges opgericht.
Het afgescheurde FC Brugeois bestond vooral uit rijke Franstaligen, terwijl Brugsche FC een club van de gewone man bleef. De leden van de eliteclub FC Brugeois hadden betere connecties in heel het land en de club sloot na oprichting ook onmiddellijk aan bij de UBSSA en nam deel aan de eerste Belgische nationale competitie in 1895/96. Als tenuekleuren koos men voor een lichtblauwe trui met een donkerblauwe schuine band van de linkerheup naar de rechterschouder. Pas in 1909 werd veranderd naar de blauw-zwarte kleuren. FC Brugeois kon een terrein afhuren, het 'Rattenplein', maar toch had de club het financieel moeilijk en de populariteit bleef beperkt. De club zakte snel weg en trok zich in 1896, na één jaar al, terug uit de bond. Brugsche FC daarentegen bleef lokaal spelen, hoofdzakelijk tegen andere ploegen uit de buurt of uit scholen in de stad. Brugsche bleef nederig, maar kon zo wel financieel het hoofd boven water houden en won aan aanhang bij het gewone volk. Uiteindelijk werd in 1897 FC Brugeois opgenomen in Brugsche Football Club, maar de fusieclub zou verdergaan onder de Franstalige naam FC Brugeois. De fusieclub kon zo steunen op de brede volkse aanhang van Brugsche en de connecties en ambitieuze aanpak van Brugeois. In 1902 werd nog Vlaamsche FC opgenomen in FC Brugeois. Vlaamsche FC had een aantal van zijn leden verloren aan CS Brugeois en was komen aankloppen bij FC Brugeois voor een fusie, dewelke eerder een opslorping werd.

Naamsveranderingen van de club
Brugsche Football Club
(1891)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Football Club
Brugeois (1892)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Football Club Brugeois
(1897)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Royal Football Club Brugeois
(1920)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Club Brugge Koninklijke
Voetbalvereniging (1972)
 
 
 
 

Na enkele tweede plaatsen in de ereafdeling bereikte de ploeg in het seizoen 1913/14 opnieuw een hoogtepunt met het behalen van hun eerste bekerfinale, die echter met 2-1 verloren werd van bekerhouder Union Saint-Gilloise. Ondertussen was de club in 1912 verhuisd naar het Albert Dyserynckstadion ("De Klokke"). In 1920 werd de club voor het eerst kampioen in de hoogste afdeling. De club kreeg in dat jaar de koninklijke titel en heette nu Royal FC Brugeois. Bij het invoeren van de stamnummers in 1926 kreeg FC Brugeois stamnummer 3 toegewezen. In 1930 liet voorzitter het statuut van FC Brugeois omvormen tot vereniging zonder winstoogmerk.
Echter, na de goede periode tijdens de eerste twee decennia van de 20e eeuw, was ondertussen een tijd van lange, magere jaren voor de club aangebroken, met een eerste dieptepunt in 1928: degradatie naar tweede klasse. Vanaf dan ging de club gedurende vele jaren verschillende malen op en neer tussen eerste en tweede klasse.

Een oud logo van Club Brugge, nog vaak gebruikt tot in de jaren 1970.

Club Brugge steeg in 1959 naar de Belgische eerste klasse. Dat was onder meer het werk van Fernand Goyvaerts en de Roemeense trainer Norberto Höfling. Echter, toen deze in 1962 met elkaar in conflict raakten, verhuisde Goyvaerts naar FC Barcelona. Hij bleef de enige Belg die bij de Catalaanse ploeg heeft gespeeld tot de transfer van Thomas Vermaelen in 2014.
In de tweede helft van de jaren 1960 en aan het begin van de jaren 1970 probeerde de club zich aan de Belgische top te werken met spelers zoals Fernand Boone, Johny Thio, Erwin Vandendaele, Raoul Lambert, de Zweed Kurt Axelsson en de Nederlanders Henk Houwaart en Rob Rensenbrink. Dit resulteerde in vijf tweede plaatsen in zes jaar tijd en een eerste bekerwinst in 1968. In 1970 won de club de Beker opnieuw, na een 6-1-overwinning tegen Daring Brussel, de grootste winst ooit in een Belgische bekerfinale.

In 1972 werd de Vlaamse naam Club Brugge Koninklijke Voetbalvereniging aangenomen. In 1973 speelde Club Brugge na 53 jaar voor de tweede keer kampioen, na een 1-1-gelijkspel op het veld van aartsrivaal Anderlecht. In de jaren zeventig groeide de vereniging gestaag uit tot een Belgische topclub. Terwijl de Brugse burgemeester Michel Van Maele de club begin jaren zeventig nog moest redden van het failliet, kende de club in de tweede helft van dat decennium zijn grootste successen. In 1975 verhuisde Club van het Albert Dyserynckstadion naar het Olympiastadion (het huidige Jan Breydelstadion), hetwelke eigendom was van de stad Brugge. Onder leiding van de Oostenrijkse succestrainer Ernst Happel bereikte Brugge in 1976 de finale van de Uefa-beker en twee jaar later speelde het als voorlopig enige Belgische club de finale van de Champions Cup (Europacup I). Beide Europese finales werden verloren van het Engelse Liverpool FC, de beste Europese ploeg van dat moment. Nog onder Happel veroverde Club van 1976 tot 1978 driemaal op rij de Belgische titel. Eind 1978 vertrok Happel bij Club na problemen met het bestuur.

De daarop volgende jaren verliepen voor Club Brugge een stuk moeilijker. De club behaalde in 1980 nog wel een nationale titel, maar zijn plaats aan de Europese top was het (definitief) kwijt. In 1982 ontsnapte Brugge zelfs nipt aan degradatie naar tweede klasse. Dat seizoen werden eerst de trainers Spitz Kohn en zijn opvolger Rik Coppens ontslagen, voor Raymond Mertens uiteindelijk de ploeg voor degradatie kon behoeden. In de tweede helft van de jaren tachtig kwam Club weer boven water. In 1986 won het de Belgische Beker tegen stadsgenoot Cercle, de eerste hoofdprijs in zes jaar. In 1988 werd Club Brugge opnieuw kampioen en drong Blauw-Zwart door tot de halve finale van de Uefa-beker, waar het verloor van het Spaanse Espanyol. In 1992 scheerde Club opnieuw hoge toppen op de Europese scène. Na eerder Atlético Madrid te hebben uitgeschakeld, bereikte het opnieuw de halve finale van een Europees bekertoernooi, namelijk van de Beker voor Bekerwinnaars. Daar bleek het Duitse Werder Bremen te sterk voor de West-Vlaamse voetbalclub. Het daaropvolgende seizoen (1992/93) nam Brugge als eerste Belgische club deel aan de lucratieve Champions League.

In de tweede helft van de jaren negentig zou Club Brugge zijn plaats verliezen aan de Europese subtop, maar bleef het nationaal meespelen voor de prijzen. Net als de andere Belgische clubs voelde de voetbalvereniging sterk de gevolgen van het Bosmanarrest, waardoor de spelerslonen fors stegen en lucratieve transferinkomsten aanzienlijk verminderden. Bovendien puurde het maar weinig inkomsten uit de tv-pot, die de inkomsten van buitenlandse topclubs fors deed stijgen. Door de geringe Belgische markt, steeg het televisiegeld nauwelijks in België. Daarbij kwam dat het bestuur van de club weinig oog had voor vernieuwing. De leiding van de club was eind de jaren negentig nog in handen van dezelfde mensen die in 1973 de club van het bankroet hadden gered. Vooral op commercieel vlak liep de club achterop in vergelijking met buitenlandse concurrenten. Al deze factoren verklaren waarom Club Brugge tien jaar lang geen Champions League speelde.

Tifo in de spionkop voor de wedstrijd Club Brugge-Rapid Wenen (Champions League 2005).

Pas in het begin van de 21e eeuw kon de West-Vlaamse club zich opnieuw kwalificeren voor de poules van het prestigieuze kampioenenbal, namelijk in de seizoenen 2002/03, 2003/04 en 2005/06. Tijdens de eerste helft van de jaren 2000 was de eigenzinnige Noor Trond Sollied trainer van Club Brugge. Onder zijn bewind werd de club ook twee keer landskampioen en won het twee keer zowel de Beker als de Supercup. Intussen had voormalig bondsvoorzitter Michel D'Hooghe de overleden Michel Van Maele opgevolgd als voorzitter en sterke man van de club. Onder zijn impuls werd Club danig geprofessionaliseerd en werd ter vervanging van Antoine Vanhove oud-speler Marc Degryse aangetrokken als sportleider (sportief directeur). Op het einde van het seizoen 2004/05 stapte Sollied na vijf jaar dienst op en werd vervangen door clubmonument Jan Ceulemans. Ook oud-spelers Franky Van der Elst, René Verheyen en Dany Verlinden maakten deel uit van de trainersstaf. Ceulemans zou snel breken met de speelstijl van Sollied. De nieuwe technische staf streefde naar kortere combinaties en meer technisch vernuft, daarin voluit gesteund door sportleider Degryse. Club Brugge brak hiermee in grote mate met de typische speelstijl die het doorheen de jaren vaak hanteerde.

De tweede helft van de jaren 2000 verliep echter heel wat minder vlot. Na tegenvallende resultaten tijdens het seizoen 2005/06 werden zowel hoofdtrainer Ceulemans als assistent-trainer Verheyen ontslagen, wat meteen het eerste trainersontslag bij Club Brugge in 26 jaar betekende. De Brusselaar Emilio Ferrera werd aangesteld als nieuwe hoofdtrainer. In het seizoen 2006/07 bleven de resultaten wederom beneden de verwachtingen, met het ontslag nemen van sportleider Marc Degryse als gevolg. Ook hoofdtrainer Ferrera en de assistent-trainer Van der Elst werden ontslagen. Luc Devroe werd de opvolger van Degryse, Čedomir Janevski tijdelijk die van Ferrera. Op 26 mei 2007 won Club Brugge zijn 10e Beker van België na een 1-0-overwinning tegen Standard Luik en sloot op die manier een tumultueus seizoen alsnog met een positieve noot af. Aan het begin van het seizoen 2007/08 werd Jacky Mathijssen aangesteld als hoofdtrainer. Gedurende de twee seizoenen die volgden, kon Club de vooropgestelde doelen opnieuw niet waarmaken, waardoor voor het daaropvolgende seizoen andermaal voor een nieuwe trainer werd gekozen, de Nederlander Adrie Koster. Op het einde van het seizoen 2008/09 gaf Michel D'Hooghe zijn taak van clubvoorzitter door aan Pol Jonckheere.

In het voorjaar van 2010 verliet algemeen manager Filips Dhondt de club en werd beslist deze functie niet meer in te vullen. Voortaan werd collectief bestuurd door een managementcomité dat bestond uit 8 leden en wekelijks vergaderde. De beslissingen van het managementcomité werden voorgelegd aan de Raad van Bestuur voor goedkeuring. Nog geen jaar later volgden enkele nog ingrijpender veranderingen in het bestuur van Club Brugge. De dagelijkse werking en de feitelijke initiatieven werden de taak van het Management, terwijl de Raad van Bestuur een meer waarnemende functie kreeg toegeschoven. Dit betekende min of meer een ommekeer in de manier van werken. Bart Verhaeghe, die werd verkozen tot afgevaardigd bestuurder, kreeg de uitvoering van het nieuwe organigram toevertrouwd. Vincent Mannaert werd aangesteld als algemeen manager. Ten slotte nam op 1 februari Pol Jonckheere ontslag als voorzitter en werd opgevolgd door Bart Verhaeghe.
Nadat Adrie Koster met Club Brugge rond eind oktober 2011 enkele doelstellingen niet gehaald bleek te hebben, kreeg hij zijn ontslag en werd uiteindelijk opgevolgd door de Duitser Christoph Daum. Onder Daum werd Club Brugge tweede in de Jupiler Pro League, het beste competitieresultaat in 7 jaar. Daum zette aan het eind van het seizoen echter de samenwerking stop. Georges Leekens werd aangeduid om Christoph Daum op te volgen. Op 4 november 2012 werden Leekens en zijn assistent Rudi Verkempinck ontslagen. Tijdelijk werd beloftencoach Philippe Clement als hoofdcoach aangesteld.[2] Op 15 november werd Juan Carlos Garrido als nieuwe coach van Club Brugge voorgesteld.[3] Garrido werd op zijn beurt ontslagen op 19 september 2013 door onder meer het tegenvallend spelpeil en de vroege Europese uitschakeling. Michel Preud'homme volgde Garrido op.[4]

Ook het laatste seizoen vóór de komst van Preud'homme en de twee erna deed Club Brugge tot één speeldag van het einde mee voor de titel, maar greep telkens naast de eindoverwinning. In het seizoen 2014/15, het tweede onder Preud'homme, slaagde Club Brugge erin zijn eerste prijs in acht jaar veroveren: de Beker van België, na een 2-1-overwinning tegen rivaal RSC Anderlecht. Ook Europees stootte Club ver door: tot de kwartfinale van de Europa League, waarbij het 15 matchen op rij niet verloor, een Belgisch record. In het seizoen 2015/16 behaalde Club Brugge zijn veertiende landstitel - de eerste in 11 jaar - na een 4-0-overwinning tegen rivaal RSC Anderlecht. Na het seizoen 2016/17 kondigde Preud'homme zijn afscheid aan bij Club Brugge. Ivan Leko werd aangenomen als nieuwe hoofdtrainer. In zijn debuutseizoen 2017/18 veroverde de Kroaat meteen de vijftiende landstitel voor Club Brugge. Aan het einde van het seizoen 2018/19 nam Club na twee seizoenen afscheid van Leko en nam Philippe Clement de fakkel als hoofdcoach over. In het seizoen 2019/20 werd het landskampioenschap één speeldag voor het einde van de reguliere competitie gestaakt vanwege de coronacrisis. Club Brugge, dat als competitieleider 15 punten voorsprong had op eerste achtervolger AA Gent, werd uitgeroepen tot landskampioen en behaalde zo zijn zestiende landstitel.

Stadions

In de loop van haar geschiedenis heeft de club steeds op terreinen gespeeld in het westen van de stad, in Sint-Andries, nooit heel erg ver van elkaar.

Het eerste echte onderkomen dat de blauw-zwarte vereniging vond, en waar het tot 1912 zou blijven, was een stuk braakliggende grond in de Sint-Baafswijk. Dit terrein, gelegen op de gronden waar vandaag de Sint-Baafskerk staat, was eigendom van de hondenclub "Fox Terrier" en was van een kleine tribune voorzien. Doorgaans werden op dat veld honden losgelaten, die in (de uit Engeland overgewaaide en uiterst populaire) rat races achter ratten aanjoegen. Vandaar de naam: het "Rattenplein". Om een voetbalwedstrijd te kunnen organiseren, moesten telkens opnieuw lijnen getrokken worden en doelen opgebouwd en afgebroken. Op een bepaald ogenblik was Football Club Brugeois rijk genoeg om het terrein en alle toebehoren aan te kopen, voor de prijs van honderd frank.

De Klokke in 1975.

In 1912 verhuisde Club Brugge van het Rattenplein naar De Klokke, iets westelijker langs de Torhoutse Steenweg. Het veld werd zo genoemd omdat het enige herkenningspunt het tegenoverliggende café "De Klokke" was. In de beginperiode moesten de spelers zich omkleden in dit café en de straat oversteken naar het stadion. Club huurde het terrein de eerste jaren van een particuliere eigenaar voor de prijs van 1.760 frank, maar op 15 juni 1920 werd De Klokke door drie geldschieters, waaronder Albert Dyserynck, aangekocht voor 50.000 frank. Deze laatste betaalde later de mede-eigenaars uit en schonk het terrein in volle eigendom aan de club. De Klokke werd later, na het plotse overlijden van voorzitter Dyserynck in 1931, hernoemd tot "Albert Dyserynckstadion".

1rightarrow blue.svg Zie Albert Dyserynckstadion voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1973 nam het toenmalige stadsbestuur onder impuls van burgemeester Michel Van Maele het initiatief een stedelijk stadion te bouwen voor Club Brugge en Cercle Brugge. Van Maele had eerder al Cercle uit de financiële moeilijkheden gehaald door de stad het Edgard De Smedtstadion te laten aankopen. In 1973 zat Club aan de grond; de grote recettes uit de thuiswedstrijden wogen niet op tegen de dure buitenlandse transfers van Rensenbrink, Houwaart, Geels, Veenstra, e.a.
Door de verhuis naar een nieuw stadion in eigendom van de stad kon Club weer naar adem happen doordat het nu over de mogelijkheid beschikte De Klokke te verkopen, wat het in 2000 deed: toen werd het Albert Dyserynckstadion verkocht aan een bouwpromotor en ruimde het plaats voor een woonproject. Dit bracht de clubkas zo'n 2,5 miljoen euro op.
De gronden achter de kerk van Sint-Andries werden in 1973 aangekocht voor de som van 53 miljoen Belgische frank. In 1974 werd met de bouw begonnen. Het nieuwe stadion, ontworpen door de architecten Jonckheere (die ook het ontwerp voor de uitbreiding tekenden), kostte 245 miljoen Belgische frank en beschikte over 30.000 plaatsen. De benedenring bestond uit staanplaatsen (22.000) en boven op de oost- en westtribune bood een tweede ring plaats aan in totaal 8.000 zitplaatsen. In de geest van de Olympische Spelen in München in 1972 kreeg het stadion de naam "Olympiastadion". In 1993 werd onder druk van de UEFA overgegaan tot de vervanging van bijna alle staanplaatsen door zitjes, waardoor de capaciteit terugviel tot iets meer dan 18.000 plaatsen.

Het Jan Breydelstadion.

Naar aanleiding van het Europees Kampioenschap voetbal in 2000 werd het stadion uitgebreid en kreeg het een nieuwe naam: Jan Breydelstadion. Door de tweede ring te vervolledigen boven de noord- en zuidtribune en de laatste staanplaatsen weg te werken, beschikte het stadion nu over 30.000 zitplaatsen.

1rightarrow blue.svg Zie Jan Breydelstadion voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 2007 werkt Club Brugge aan een project voor een nieuw stadion, aanvankelijk gepland aan de Oostkampse Baan in Loppem, net ten zuiden van de stad. Het moest beschikken over minstens 40.000 zitplaatsen en zou gecombineerd worden met een groot winkelcomplex. De Vlaamse overheid nam uiteindelijk het dossier in handen en besliste eind 2009 dat het stadion op de , eveneens in de Brugse zuidrand, moest komen en dat het zou beschikken over 44.600 zitplaatsen. Door de Raad van State werd dit plan eind 2013 van tafel geveegd op basis van het Milieueffectenrapport (MER), de waterhuishouding en de mobiliteit.
Vervolgens ontwikkelden de Stad Brugge, Cercle en Club Brugge een nieuw dubbelproject, waarbij Club Brugge een nieuw stadion zou bouwen in het noordwesten van de stad, aan de Blankenbergse Steenweg nabij de Blauwe Toren, en Cercle Brugge in een verkleind, grondig verbouwd Jan Breydelstadion zou blijven. Het stadion van Club zou 40 à 45.000 zitplaatsen tellen en dat van Cercle ca. 12.000. Begin 2020 kende het dossier echter een nieuwe wending, nadat de stad en Club Brugge bekendmaakten een nieuw stadion te ontwikkelen op de huidige Olympia-site, naast het Jan Breydelstadion. Hierbij is het de bedoeling dat ook Cercle Brugge een nieuw, eigen stadionproject ontwikkelt, elders in de stad. Na voltooiing van het nieuwe stadion van Club Brugge zou het Jan Breydelstadion worden afgebroken.

Oefencomplex

Eind 2016 stelde Club Brugge officieel de plannen van het nieuwe oefencomplex te Westkapelle voor. Op 12 september 2018 maakten Club Brugge en Belfius bekend dat het oefencomplex de naam 'Belfius Basecamp' zou krijgen. Op die dag werd de eerste steen gelegd [5][6][7]. Op 17 juni 2019 werd het nieuwe oefencomplex in gebruik genomen[8]. De feestelijke opening voor het publiek vond plaats op 11 september 2019[9].

Erelijst

Nationaal

De kampioenenviering in 2005.

Belgisch landskampioen

winnaar (16): 1919/20, 1972/73, 1975/76, 1976/77, 1977/78, 1979/80, 1987/88, 1989/90, 1991/92, 1995/96, 1997/98, 2002/03, 2004/05, 2015/16, 2017/18, 2019/20
Gouden Kampioenssterren: 1Kampioensster (1 ster per 10 landstitels)
tweede (23): 1898/99, 1899/1900, 1905/06, 1909/10, 1910/11, 1966/67, 1967/68, 1969/70, 1970/71, 1971/72, 1984/85, 1985/86, 1993/94, 1996/97, 1998/99, 1999/2000, 2000/01, 2001/02, 2003/04, 2011/12, 2014/15, 2016/17, 2018/19

Beker van België

winnaar (11): 1967/68, 1969/70, 1976/77, 1985/86, 1990/91, 1994/95, 1995/96, 2001/02, 2003/04, 2006/07, 2014/15
finalist (8): 1913/14, 1978/79, 1982/83, 1993/94, 1997/98, 2004/05, 2015/16, 2019/20

Belgische Supercup

winnaar (15): 1980, 1986, 1988, 1990, 1991, 1992, 1994, 1996, 1998, 2002, 2003, 2004, 2005, 2016, 2018
finalist (3): 1995, 2007, 2015

Trofee Jules Pappaert

winnaar (5): 1972, 1978, 1991, 1995, 2005

Internationaal

Europacup I / UEFA Champions League

finale (1): 1977/78
kwartfinale (1): 1976/77

Europacup II

halve finale (1): 1991/92
kwartfinale (2): 1970/71, 1994/95

UEFA Cup / UEFA Europa League

finale (1): 1975/76
halve finale (1): 1987/88
kwartfinale (1): 2014/15

Vriendschappelijk

Brugse Metten

winnaar (21): 1979, 1981, 1984, 1990, 1992, 1993, 1995, 1996, 1998, 2000, 2001, 2004, 2006, 2007, 2008, 2009, 2011, 2012, 2013, 2019, 2020

Kirin Cup

winnaar (1): 1981

Amsterdam 700 Tournament

winnaar (1): 1990

Individuele trofeeën

Verschillende spelers behaalden een trofee toen ze voor de club speelden:

Topscorer (8)
1905 en 1906 (Robert De Veen), 1972 (Raoul Lambert), 1990 (Frank Farina), 1996 (Mario Stanić), 1997 (Robert Spehar), 2011 (Ivan Perišić), 2013 (Carlos Bacca)
Belgische Gouden Schoen (14)
1967 (Fernand Boone), 1971 (Erwin Vandendaele), 1977 (Julien Cools), 1980, 1985 en 1986 (Jan Ceulemans), 1990 en 1996 (Franky Van Der Elst), 1995 (Paul Okon), 2002 (Timmy Simons), 2016 (José Izquierdo), 2017 (Ruud Vormer), 2018 en 2019 (Hans Vanaken)
Profvoetballer van het Jaar (11)
1984, 1985 en 1986 (Jan Ceulemans), 1988 (Marc Degryse), 1994 (Lorenzo Staelens), 2003 (Timmy Simons), 2011 (Ivan Perišić), 2013 (Carlos Bacca), 2015 (Víctor Vázquez), 2018 en 2019 (Hans Vanaken)
Lifetime achievement award (2)
2016 en 2017 (Timmy Simons)
Doelman van het jaar (7)
1987 (Philippe Vande Walle), 1993 en 2003 (Dany Verlinden), 2014 en 2015 (Mathew Ryan), 2019 en 2020 (Simon Mignolet)
Trainer van het jaar (11)
1990 (Georges Leekens), 1992 en 1996 (Hugo Broos), 1998 (Eric Gerets), 2003 en 2005 (Trond Sollied), 2015 en 2016 (Michel Preud'homme), 2018 (Ivan Leko), 2019 en 2020 (Philippe Clement)
Ebbenhouten Schoen (5)
1992 en 1994 (Daniel Amokachi), 1998 (Eric Addo), 2000 (Hervé Nzelo-Lembi), 2018 (Anthony Limbombe)
Trofee Raymond Goethals (2)
2016 (Michel Preud'homme), 2019 (Philippe Clement)
Jonge Profvoetballer van het Jaar (2)
1998 (Eric Addo), 2018 (Wesley Moraes)

Resultaten

Seizoen Klasse Reeks Punten Opmerkingen Beker Europa
  I II III IV      
1895/96 6       Championnat 11 dit was eigenlijk niet het latere FC Brugeois, maar de afsplitsing die het jaar erop met Brugsche FC zou fuseren
1896/97           geen deelname
1897/98           geen deelname
1898/99 2       Ere Afdeling ? verlies finalewedstrijd voor titel tegen FC Liégeois (2-0 uit, 3-4 thuis), na winst Vlaamse voorronde
1899/00 2       Ere Afdeling 12 verlies finalewedstrijd voor titel tegen Racing Club de Bruxelles (3-0 thuis, 8-1 uit), na winst Vlaamse voorronde
1900/01 8       Ere Afdeling 8
1901/02 6       Ere Afdeling A 2 laatste plaats in reeks, geen deelname aan finaleronde
1902/03 5       Ere Afdeling A 4 laatste plaats in reeks, geen deelname aan finaleronde
1903/04 3       Ere Afdeling 4 3e op 4 teams in eindronde, na tweede plaats in Ere Afdeling A
1904/05 3       Ere Afdeling 28
1905/06 2       Ere Afdeling 29
1906/07 3       Ere Afdeling 24
1907/08 3       Ere Afdeling 26
1908/09 3       Ere Afdeling 33
1909/10 2       Ere Afdeling 38 beslissingwedstrijd voor titel verloren van Union Saint-Gilloise met 1-0
1910/11 2       Ere Afdeling 34
1911/12 4       Ere Afdeling 29 1/4
1912/13 7       Ere Afdeling 19 1/8
1913/14 4       Ere Afdeling 27 fin
1914/15         Eerste Wereldoorlog
1915/16         Eerste Wereldoorlog
1916/17         Eerste Wereldoorlog
1917/18         Eerste Wereldoorlog
1918/19         Eerste Wereldoorlog
1919/20 1       Ere Afdeling 34
1920/21 4       Ere Afdeling 26
1921/22 9       Ere Afdeling 25
1922/23 8       Ere Afdeling 23
1923/24 9       Ere Afdeling 23
1924/25 11       Ere Afdeling 21
1925/26 10       Ere Afdeling 25
1926/27 8       Ere Afdeling 26 R1
1927/28 13       Ere Afdeling 22 laatste met 0 punten in degradatie-eindronde met Daring Club de Bruxelles SR, RC Malines en R. Racing Club de Bruxelles
1928/29   1     Eerste Afdeling 43
1929/30 6       Ere Afdeling 27
1930/31 5       Ere Afdeling 29
1931/32 11       Ere Afdeling 24
1932/33 13       Ere Afdeling 16
1933/34   3     Eerste Afdeling A 34
1934/35   1     Eerste Afdeling A 40 ?
1935/36 9       Ere Afdeling 23
1936/37 10       Ere Afdeling 25
1937/38 5       Ere Afdeling 27
1938/39 14       Ere Afdeling 17
1939/40         Tweede Wereldoorlog
1940/41 9       Ere Afdeling B 5 speciale noodcompetitie tijdens de oorlog, met twee provinciale reeksen
1941/42   3     Eerste Afdeling B 36
1942/43   2     Eerste Afdeling B 43
1943/44   3     Eerste Afdeling A 42
1944-45           Tweede Wereldoorlog
1945/46   1     Eerste Afdeling A 53
1946/47 19       Ere Afdeling 22
1947/48   4     Eerste Afdeling A 38
1948/49   1     Eerste Afdeling B 49
1949/50 14       Ere Afdeling 22
1950/51 16       Ere Afdeling 21
1951/52   2     Eerste Afdeling A 42
1952/53   8     Tweede Klasse 30
1953/54   12     Tweede Klasse 29 1/8
1954/55   3     Tweede Klasse 38 1/4
1955/56   6     Tweede Klasse 32 1/16
1956/57   10     Tweede Klasse 28
1957/58   5     Tweede Klasse 34
1958/59   2     Tweede Klasse 39
1959/60 13       Eerste Klasse 26
1960/61 8       Eerste Klasse 29
1961/62 5       Eerste Klasse 35
1962/63 8       Eerste Klasse 30
1963/64 12       Eerste Klasse 24 1/8
1964/65 9       Eerste Klasse 28 1/16
1965/66 5       Eerste Klasse 35 1/16
1966/67 2       Eerste Klasse 45 1/8
1967/68 2       Eerste Klasse 45 winst IC: I
1968/69 5       Eerste Klasse 35 1/8 EC2: I
1969/70 2       Eerste Klasse 45 winst IC: II
1970/71 2       Eerste Klasse 46 1/16 EC2: 1/4
1971/72 2       Eerste Klasse 45 geëindigd met evenveel punten als RSC Anderlecht, dat echter een wedstrijd meer had gewonnen 1/16 EC3: I
1972/73 1       Eerste Klasse 45 1/16 EC3: II
1973/74 5       Eerste Klasse 32 1/16 EC1: II
1974/75 4       Eerste Klasse 49 1/16
1975/76 1       Eerste Klasse 52 1/2 EC3: fin
1976/77 1       Eerste Klasse 52 winst EC1: 1/4
1977/78 1       Eerste Klasse 51 1/2 EC1: fin
1978/79 6       Eerste Klasse 38 fin EC1: I
1979/80 1       Eerste Klasse 53 1/4
1980/81 6       Eerste Klasse 37 1/8 EC1: I
1981/82 15       Eerste Klasse 28 1/16 EC3: I
1982/83 5       Eerste Klasse 43 fin
1983/84 3       Eerste Klasse 44 1/8
1984/85 2       Eerste Klasse 48 1/8 EC3: II
1985/86 2       Eerste Klasse 52 geëindigd met evenveel punten als RSC Anderlecht. Play-offs eindigden op 1-1 in Anderlecht en 2-2 in Brugge winst EC3: II
1986/87 3       Eerste Klasse 45 1/8 EC2: I
1987/88 1       Eerste Klasse 51 1/4 EC3: 1/2
1988/89 4       Eerste Klasse 43 1/4 EC3: II
1989/90 1       Eerste Klasse 57 1/16 EC2: II
1990/91 4       Eerste Klasse 47 winst EC1: II
1991/92 1       Eerste Klasse 53 1/8 EC2: 1/2
1992/93 6       Eerste Klasse 40 1/8 CL: P
1993/94 2       Eerste Klasse 53 fin
1994/95 3       Eerste Klasse 49 winst EC2: 1/4
1995/96 1       Eerste Klasse 81 winst EC2: II
1996/97 2       Eerste Klasse 71 1/16 EC3: III
1997/98 1       Eerste Klasse 84 fin EC3: II
1998/99 2       Eerste Klasse 71 1/16 EC3: III
1999/00 2       Eerste Klasse 67 1/16 UC: I
2000/01 2       Eerste Klasse 78 1/16 UC: III
2001/02 2       Eerste Klasse 70 winst UC: III
2002/03 1       Eerste Klasse 79 1/4 CL+UC: III
2003/04 2       Eerste Klasse 72 winst CL+UC: IV
2004/05 1       Eerste Klasse 79 fin UC: P
2005/06 3       Eerste Klasse 64 1/16 CL+UC: III
2006/07 6       Eerste Klasse 51 winst UC: P
2007/08 3       Eerste Klasse 67 1/8 UC: I
2008/09 3       Eerste Klasse 59 1/8 UC: P
2009/10 3       Eerste Klasse 41 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 2e plaats met 57 punten 1/4 EL: II
2010/11 4       Eerste Klasse 43 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 4e plaats met 53 punten 1/8 EL: P
2011/12 2       Eerste Klasse 48 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 2e plaats met 61 punten 1/8 EL: II
2012/13 3       Eerste Klasse 46 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 4e plaats met 54 punten 1/8 EL: I
2013/14 3       Eerste Klasse 48 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 2e plaats met 63 punten 1/8 EL: 3Q
2014/15 2       Eerste Klasse 47 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 1e plaats met 61 punten winst EL: 1/4
2015/16 1       Eerste Klasse 54 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 1e plaats met 64 punten fin EL: I
  1A 1B 1Am 2Am Vanaf 2016-17 zijn er 3 nationale en 2 regionale niveaus Beker Europa
2016/17 2       Eerste Klasse A 45 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 2e plaats met 59 punten 1/8 CL: I
2017/18 1       Eerste Klasse A 46 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 1e plaats met 67 punten 1/2 EL: P
2018/19 2       Eerste Klasse A 50 na de reguliere competitie stond Club Brugge op de 2e plaats met 56 punten 1/16 EL: 1/16
2019/20 1       Eerste Klasse A 70 competitie beëindigd na 29 speeldagen wegens de coronacrisis; toen stond Club Brugge op de 1e plaats met 70 punten fin EL: 1/16
Grafiek eindstanden in het landskampioenschap sinds 1960:
13
8
5
8
12
9
5
2
2
5
2
2
2
1
5
4
1
1
1
6
1
6
15
5
3
2
2
3
1
4
1
4
1
6
2
3
1
2
1
2
2
2
2
1
2
1
3
6
3
3
3
4
2
3
3
2
1
2
1
2
1
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

In Europa

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Europese wedstrijden van Club Brugge voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Club Brugge speelt sinds 1967 in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam (inclusief voorrondes):

1992/93, 1996/97, 1998/99, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2012/13, 2015/16, 2016/17, 2017/18, 2018/19, 2019/20, 2020/21
1973/74, 1976/77, 1977/78, 1978/79, 1980/81, 1988/89, 1990/91
2009/10, 2010/11, 2011/12, 2012/13, 2013/14, 2014/15, 2015/16, 2017/18, 2018/19, 2019/20, 2020/21
1971/72, 1972/73, 1975/76, 1981/82, 1984/85, 1985/86, 1987/88, 1989/90, 1996/97, 1997/98, 1998/99, 1999/00, 2000/01, 2001/02, 2002/03, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2006/07, 2007/08, 2008/09
1968/69, 1970/71, 1986/87, 1991/92, 1994/95, 1995/96
1967/68, 1969/70

Club Brugge stond op 29 november 2019 56ste op de UEFA Club Ranking.

Bijzonderheden Europese competities

Bijzonderheid Datum Tegenstander Uitslag Plaats Naam Aantal
Hoogste overwinning 19-09-1973 Vlag van Malta Floriana FC 8-0 Brugge
Hoogste nederlaag 09-11-1988 Vlag van Frankrijk AS Monaco 1-6 Monaco
Speler met meeste wedstrijden 23-02-2006 Vlag van België Gert Verheyen 88
Speler met meeste doelpunten 23-02-2006 Vlag van België Gert Verheyen 22

Statistieken

  • W = overwinningen / G = gelijkspelen / V = nederlagen / DV = doelpunten voor / DT = doelpunten tegen / +/- = doelpuntensaldo
Competitie Deelnames Wedstrijden W G V DV DT +/-
UEFA Champions League 21 115 40 27 48 147 157 -10
Beker voor Bekerwinnaars 6 28 15 3 10 41 33 +8
UEFA Cup / UEFA Europa League 31 180 79 41 60 300 236 +64
Update: 08-12-2020

Persoonlijkheden

Bekende spelers

1rightarrow blue.svg Zie ook de lijst van spelers van Club Brugge voor een uitgebreider overzicht van spelers.