Onderzoeksopdracht 1OTF1 (voorheen 1OBED1)

Oriëntatie op de studierichting Toegepast Filosoof
(Bestuur, Economie & Duurzaamheid)

OPDRACHT:
Stel je voor dat jij een ambtenaar bent op het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Jij krijgt de opdracht om een beleidsstuk te schrijven voor de minister waarin jij uiteenzet of een belasting op vleesproducten moet worden ingevoerd. Laat hierin zowel de voor- als tegenargumenten naar voren komen, maar sluit wel af met een duidelijke conclusie voor of tegen de invoering. Concentreer je op de ethische en politiek-filosofische argumenten.

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door het ontzien van belastingen en consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

Nr. 1 | GELEIDENDE BRIEF

Aan de Voorzitter van het bestuur der Hogeschool voor Toegepaste Filosofie

Haarlem, 09 april 2021

Hierbij doe ik u overeenkomstig het bepaalde in artikel 114 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en uwer eigen verzoek tot inlevering van opdracht, een voorstel van wet toekomen houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

De memorie van toelichting, die het voorstel van wet vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

Remco Rhee

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

Nr. 2 | MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Vleesconsumptie wereldwijd heeft een groot aandeel in de klimaatuitdagingen waar we nu voor staan. Stikstof door productie, overschotten, verkoop onder inkoopprijs door internationale subsidies en dierenleed zijn een aantal negatieve factoren die voortkomen uit ons consumptiegedrag.
Ook de gezondheid van onze bevolking gaat achteruit met ons huidig voedingspatroon. Een gezond menu bevat groente, fruit, peulvruchten, noten, vis, volkorenproducten, bevat voldoende magere melkproducten, en is arm aan rood- en bewerkt vlees, alcoholische en suikerhoudende dranken, zout en verzadigde vetzuren (Gezondheidsraad: Richtlijnen Goede Voeding 2015). 
Met de Wet verantwoord en duurzaam vleeseten, ingediend door het lid Rhee, wordt beoogd de consumptie van dierlijke producten voor 2030 met 30% te hebben gereduceerd in Nederland, waarbij de consument een verbruiksbelasting betaalt op dierlijke producten voor menselijke consumptie. Opbrengsten voortkomend uit de Wet verantwoord en duurzaam vleeseten vloeien terug naar producent en consument, waardoor (duurzaam) produceren en gezond eten gestimuleerd en ondersteund worden vanuit de overheid.

Leeswijzer

Hieronder worden in hoofdstuk 2 eerst de aanleiding en de doelstelling voor het wetsvoorstel uiteengezet.
Ook worden de gevolgen van de wet beschreven. Het gaat daarbij om gevolgen voor de consument, de producent en de Belastingdienst.
Hoofdstuk 3 geeft inzage in de problematiek die ten grondslag ligt aan dit initiatiefvoorstel van wet en kijkt naar problemen en dilemma’s die deze wet met zich meebrengt. Hoofdstuk 4 vat deze toelichting samen en werkt naar de eindconclusie: mogelijkheden maken de toekomst.

Als bijlage 1 bij de memorie van toelichting is door de initiatiefnemer voorts een politiek essay toegevoegd, getiteld “Vlexit, het hoe en waarom van de vleestaks,” waarin de hoofdlijnen van de Wet verantwoord en duurzaam vleeseten worden onderzocht op ethische verantwoording naar betrokken partijen.

Als bijlage 2 is door de initiatiefnemer het onderzoek naar het belastingvoorstel Duppie van Rhee beknopt weergegeven.

2. Aanleiding, doelstelling en gevolgen

2.1 Aanleiding en doelstelling
De consumptie van vlees veroorzaakt grote schade aan het milieu, veroorzaakt dierenleed en veroorzaakt een achteruitgang van de volksgezondheid. Ook is er een scheefgroei in de marktwerking. Waar sommige producten met subsidies kunstmatig betaalbaar worden gehouden, krijgen op andere plekken in de consumptieketen producenten te weinig betaald voor hun product.
De Wet verantwoord en duurzaam vleeseten geeft de regering handvatten om dit decennium een leidende rol te nemen in een verantwoord consumptiebeleid van dierlijke producten. Hierbij wordt door middel van een verbruiksbelasting op vlees de consumptie van vlees teruggedrongen (30% minder vleesconsumptie in 2030) en vanuit de opbrengsten wordt gedane schade aan milieu en dierenwelzijn gecompenseerd. Om een zo groot mogelijke adaptatie van de verbruiksbelasting te creëren onder de meerderheid van de bevolking is een langzame implementatie van deze belasting noodzakelijk. Ook de Belastingdienst heeft ruime tijd nodig dit administratief en technisch op orde te krijgen. Deze tijd wordt ondertussen ook besteed om de burger en consument nog meer te betrekken bij het klimaatvraagstuk van de komende jaren én om deze nationale wet ook in Europees verband te verankeren in internationale wetgeving.

2.2 Gevolgen
De opbrengst van de verbruiksbelasting op vlees bedraagt € 600,- miljoen per jaar. Dit geld wordt gebruikt voor compensatie op de afnemende opbrengsten door het nieuw in te voeren GF-BTW-tarief van 6% op groente en fruit. Tevens wordt een aanzienlijk deel van de opbrengsten geïnvesteerd in de land- en tuinbouwsector. Deze opbrengsten worden gelijk verdeeld over de sector, zodat de boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun product. Als laatst wordt een deel geïnvesteerd in duurzaamheid en dierenwelzijn. 
De verhoogde verkoopprijs van vlees zorgt voor een afname in consumptie. In 2030 zal dat volgens de berekeningen een totale afname zijn van 30% ten opzichte van de huidige vleesconsumptie. 
Door het minder vleeseten, alsmede de goedkopere prijzen voor groente en fruit zal dit een positief gevolg hebben op de volksgezondheid.
Door vanuit overheidswege duurzame investeringen in de land- en tuinbouw te doen, ondersteund door de afname in vleesconsumptie, zal dit een positief effect hebben op klimaat, milieu, natuur en dierenwelzijn.

3. Problemen en dilemma’s

3.1 Probleembeschrijving
Schade aan klimaat, milieu, natuur en dierenwelzijn door vleesconsumptie is zeer problematisch. Ook de impact op de volksgezondheid is noemenswaardig. Door een verbruiksbelasting op vlees wordt deze schade, bij genoeg adaptatie onder de bevolking, direct ingeperkt. Het invoeren van deze belasting brengt een aantal problemen met zich mee én een politiek-filosofisch dilemma dat opdoemt tegen de achtergrond van het huidig sociaal-maatschappelijk landschap.

3.1.1 Introductietijd
Uit het onafhankelijk onderzoek van EY Belastingadviseurs LLP, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit De (on)mogelijkheden van een verbruiksbelasting op vlees (EY-rapport), komt duidelijk naar voren dat het invoeren van de verbruiksbelasting op vlees een grote tijdspanner moet overbruggen wil het haalbaar zijn en draagvlak kennen onder burger, consument, producent en winkelier. Bij het snel invoeren van de verbruiksbelasting zal dit voelen als een zoveelste manier om de burger te laten betalen voor een (internationaal) politiek probleem. Bij een langzame implementatie met een duidelijk communicatieplan is de burger en de consument bereid meer te betalen voor de daadwerkelijke kosten van vlees. Zie hierin ook de adviezen van specialist gedragsverandering Danny van der Roest (Maverick Gedrag), waarin getoond wordt dat toon en argumentatie belangrijke onderdelen zijn in de communicatie om draagvlak in de samenleving te creëren. Zonder dit draagvlak zal het gewenste resultaat uitblijven. Producenten zullen uitwijken naar andere landen om hun productie daar voort te zetten.
Daarnaast heeft de Belastingdienst ook de tijd nodig de wijzigingen in het belastingstelsel (verandering belastingschalen en opsplitsing productgroepen) door te voeren. Wanneer hier niet de tijd voor wordt genomen raakt het systeem fraudegevoelig. 

3.1.2 De burger
De burger is bereid meer te betalen voor vlees, wanneer dit gebaseerd is op een eerlijkere prijs. Een eerlijkere prijs wordt in deze bepaald door de kostprijs, vermeerderd met de schade aan milieu en dierenwelzijn. Het adapteren van deze wet zal tijd kosten. De overheid heeft hierbij een voorlichtende rol. Er dient ter ondersteuning een voorlichtingscampagne duurzaamheid opgezet te worden. Deze kan de werking en het belang van de wet Wet verantwoord en duurzaam vleeseten duiden. Tegelijkertijd dient er ook op andere gebieden binnen duurzaamheid voorlichting te komen. Een veel gehoorde klacht uit meerdere onderdelen van de productieketen is dat de burger en de consument niet goed voorgelicht zijn. Hoewel de burger betrokken is bij een duurzaam beleid, en bereid is hier zelf een bijdrage aan te leveren, is de kennis op het gebied van duurzaamheid niet aanwezig of onjuist. Vaak veroorzaakt door verkeerde informatie gebaseerd op commerciële belangen van winkeliers. De overheid dient hierin op te trekken met de gehele productieketen. Een grote betrokkenheid en adaptatie van de Wet verantwoord en duurzaam vleeseten door burger, consument, producent en winkelier is noodzakelijk voor het behalen van resultaten.

3.1.3 De consument
De consument is geïnteresseerd in prijs en gemak. Ongeacht de persoonlijke achtergrond en/of financiële situatie is het merendeel van de consumenten niet bewust bezig met duurzaamheid. In winkels en ondernemingen worden zij daar ook maar miniem op geattendeerd. Voorlichting van de consument gaat het best vanuit de onderneming en producent. Dit kan online en in de winkel. De overheid dient hierin op te trekken met de gehele productieketen. 

3.1.4 De producent
De producent van vlees voor menselijke consumptie wordt begeleid vanuit de brancheorganisatie en de overheid bij het aanpassen van de administratiesystemen voor het belasten van vlees in het BTW-tarief hoog. Een deel van de opbrengsten uit de verbruiksbelasting vloeit terug,  gelijk verdeeld over de producenten in Nederland. Huidige land- en tuinbouwsubsidies vervallen en worden herverdeeld op basis van duurzaam produceren. Producenten die door deze maatregelen failliet gaan worden door de overheid ondersteund met een overgangssubsidie.

3.1.5 Verkoop
Winkels welke vlees verkopen zullen een andere indeling van hun verkoopruimte willen hebben door de afname van vlees en toename van verkoop groenten en fruit. Er zullen producten herprijst moeten worden en administratiesystemen moeten aangepast op nieuwe BTW-afspraken. Kosten hiervan moeten door de overheid worden gedragen. Winkels die enkel en alleen vlees verkopen, slagerijen, poeliers en in later stadium de vishandel, zullen bij sluiting een overgangssubsidie ontvangen.

3.1.6 De Belastingdienst
De Belastingdienst krijgt een groot aantal wijzigingen te verwerken. Allereerst wordt er een nieuw BTW-tarief toegevoegd voor groenten en fruit. Het zogehete GFBTW-tarief. Dit bedraagt 6% voor groenten en fruit, mits niet verwerkt met of in een ander product dat niet tot de productgroep groenten en fruit behoort. 
Alle soorten vlees voor menselijke consumptie, ook producten waar op enigerlei wijze vlees in is verwerkt, vallen onder het BTW-tarief hoog. Hiermee is het ‘pizzaprobleem’ van de Belastingdienst, zoals benoemd in het Financieel Dagblad 04 maart 2021, ondervangen. 
Voor een stabiele invoering, waarbij wordt gelet op fraudebestendigheid, uitvoerbare handhaving en een correcte verdeling van opbrengsten, is het noodzakelijk de wijzigingen gefaseerd in te voeren. Dit zal geruime tijd in beslag nemen.

3.1.7 De overheid
De overheid loopt bij de invoering van de verbruiksbelasting op vlees, tegen een tweespalt aan bij de burger. Er is een gegroeid wantrouwen bij de burger over de overheid die geen zorg draagt wanneer het aankomt op toeslagen en belastingen. Tegelijkertijd is er de roep om een sterkere overheid die beschermt en oplossingen biedt bij de grote vraagstukken van deze tijd als duurzaamheid, internationale handel en volksgezondheid.

3.1.8 Internationale samenwerking
Het EY-rapport geeft duidelijk te kennen dat het invoeren van de verbruikstaks op vlees enkel en alleen resultaat zal bieden wanneer dit in EU-verband gebeurt. Wanneer hier geen Europese samenwerking plaatsvindt, zal de productie en een deel van de productieketen zich verplaatsen naar andere landen. Optimaal resultaat wordt geboekt, wanneer vanuit de EU verdere internationale samenwerking wordt gezocht op dit vlak. 
Ook zullen Europese subsidies voor land- en tuinbouw op elkaar afgestemd moeten worden binnen een nieuw subsidiestelsel dat zich meer richt op duurzaam ondernemen. Mocht aan deze eisen van internationaal samenwerken niet worden voldaan is het invoeren van een verbruikstaks niet zinvol. Het zal een averechts-effect op de consument hebben wat de betrokkenheid bij het thema duurzaamheid betreft. Daarnaast zal vlees duurder worden in verkoop, maar buiten Nederland worden gefokt en geslacht. Controle en opbrengsten vallen dan niet onder Nederlandse wetgeving en verdwijnen grotendeels over de grens.

3.2 Dilemma
Het beperken van schade aan volksgezondheid en klimaat zijn twee nobele strevens. Het wordt echter teweeggebracht met ingrijpende maatregelen. Door het invoeren van deze maatregelen zijn weer andere handelingen nodig dit in een goed vaarwater te houden. Het invoeren van de belasting op vleesproducten vraagt ook om informatiecampagnes, administratieve ondersteuning, financiële compensatie. Als er toch al informatiecampagnes opgezet moeten worden, is een campagne over gematigd vleesconsumeren dan niet afdoende.

3.2.1 Hoever kun je ingrijpen als overheid in consumptie en eetgedrag?
Naast de invoering van een belasting op vleesproducten is dit alleen vanuit ethisch oogpunt te verantwoorden wanneer er nog meer ingrijpen vanuit de overheid wordt toegepast, blijkt uit het politiek essay Vlexit. Veel staatsbemoeienis in deze. Uit het genoemde essay blijkt dat dit alleen te rechtvaardigen valt met de juiste compensatie. Het gaat hierbij niet alleen om het financieel aspect, maar ook negatieve vrijheden welke beperkt worden. Daarnaast dient goede en stabiele relatie met betrokken partijen gewaarborgd te zijn en blijven. Hierbij is communicatie en voorlichting van groot belang. Alleen met betrokkenheid van alle partijen blijven de relaties onderhouden en heeft de invoering van de belasting op vleesproducten kans van slagen.


4. Samenvatting en conclusie

4.1 Samenvatting
Uit menig onderzoek blijkt dat schade aan mens en milieu door een grote consumptie van vlees direct beperkt kan worden door het terugdringen van de schaal waarop deze consumptie plaatsvindt. Er zijn hierbij veel aspecten en partijen die elk met eigen motivatie zorgvuldig bij de invoering van deze belastingmaatregel betrokken moeten worden om succes te kunnen oogsten. Met de nodige investering in relatie met de burger en ondernemer, en compensatie voor eventueel verlies staat niets in de weg met een belastingmaatregel te werken naar een mooiere en gezondere toekomst.

4.2 Mogelijkheden maken de toekomst
Een casus vol tegenwerpingen en mogelijke probleemgevallen. Begrip is in deze van wezenlijk belang. Begrip voor de belangen van partijen die hierbij betrokken zijn. Begrip voor de tijd die implementatie van de maatregel nodig heeft. Begrip voor de investeringen die nodig zijn om uiteindelijk winst voor mens en natuur te behalen. Wanneer er wordt gekeken vanuit mogelijkheden en niet vanuit de tegenwerpingen die voor ons liggen dienen nieuwe mogelijkheden zich aan. Het invoeren van deze maatregel dwingt de Nederlandse overheid dit beleid op Europees niveau in te zetten. Hiermee kunnen ook andere zaken op de agenda van milieu worden aangekaart. Ook de hernieuwde gesprekken met de sector veeteelt bieden mogelijkheden ook samen te kijken naar andere vraagstukken omtrent duurzaamheid die voor ons liggen. Het invoeren van de belasting op vleesproducten brengt nogal wat teweeg. Als er dan eenmaal beweging inzit en iedereen beweegt mee, staat er niets meer in de weg samen een stap in de goede richting te maken. Mogelijkheden maken tenslotte de toekomst.


5. Bepalingen

5.1 Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. burger: iedere Nederlander;

b. consument: burger op het moment van aanschaffen;

c. producent: agrarisch bedrijf of boer, verantwoordelijk voor het fokken en houden van vee, bedoeld voor menselijke consumptie;

d. winkel: winkel, winkelbedrijf, winkelketen en ieder ander verkooppunt waar vlees voor menselijke consumptie wordt aangeboden;

e. onderneming: onderneming in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of elke entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en wijze waarop zij wordt gefinancierd;

f. productieketen: het geheel aan activiteiten, producten, productielijnen, toeleveringsketen en zakenrelaties van een onderneming;

g. zakenrelaties: de zakenpartners van een onderneming en andere entiteiten in haar productieketen, waaronder statelijke entiteiten, die op enige wijze betrokken zijn bij de activiteiten van de onderneming;

h. overheid: het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. De laatste drie zijn de lagere overheden.

5.2 Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

5.3 Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verantwoord en duurzaam vleeseten.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Algeheel Eigenbelang

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

Bijlage 1 | VLEXIT, EEN POLITIEK ESSAY.

1. Inleiding
“De staat dringt de overmoedigen terug, beschermt de zwakken, verdeelt de risico’s, en stelt zich in het haastig gedrang aan allen tot gids.” Zo kondigde Mark Rutte het aftreden van kabinet Rutte III aan1. Geleende woorden van de eerste liberale premier die Nederland kende, Pieter Cort van der Linden. Geldig in 1913, geldig in 2021. Er wordt veel verwacht van een overheid en terecht. Met die reden onderzoeken we of het invoeren van een belasting op vleesproducten wel of niet te rechtvaardigen valt.

1. Ministerie van Algemene Zaken, Verklaring van minister-president Mark Rutte over het aftreden van het kabinet, 15 januari 2021, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/01/15/verklaring-van-minister-president-mark-rutte-over-het-aftreden-van-het-kabinet (geraadpleegd 2 juli 2021)

2. Strategie
Allereerst kijken we met welk doel de belasting op vlees wordt ingezet. Vervolgens kijken we naar de gevolgen die dit heeft, wanneer deze doelen bereikt worden.
Om de uiteindelijke keuze te verantwoorden, zullen we aan de hand van de meest gangbare en toepasselijke methodes binnen de normatieve ethiek kijken of het doorvoeren van de belasting op vleesproducten stand houdt binnen deze methodes. Met het mid-levellen van deze theorieën tonen we niet alleen aan dat de gekozen besluitvorming het juiste is om te doen, het biedt ook argumentatie vanuit divers perspectief. Dat is bij de verantwoording en verdediging sterk ondersteunend.

3. Doel van de belasting
Met de belasting op vleesproductie hebben we twee hoofddoelen voor ogen. Het terugdringen van schade door veeteelt aan klimaat en milieu. Tegelijkertijd is de hoge mate van vleesconsumptie in ons land schadelijk voor de volksgezondheid. Minder vlees en een gevarieerd menu met groente en fruit betekent gezonder en langer leven.
Door het invoeren van deze belasting en het hiermee terugdringen van de grootschalige veeteelt heeft deze maatregel ook een positieve invloed op internationale afspraken, bijvoorbeeld het Klimaatverdrag van Parijs.
De huidige intensieve veeteelt brengt dierenleed met zich mee. 
Door afname in vleesconsumptie zal er ruimte komen voor andere vormen van boeren, waarbij  dierenwelzijn meer erkend dient te worden ten opzichte van de huidige werkwijze.
Tot slot is er al jaren sprake van een scheve marktwerking door het kunstmatig in stand houden van bedrijven met subsidies. Het invoeren van belasting op vleesproducten is ook het moment om hier goed naar te kijken en een nieuw model van deze tijd voor op te tuigen.

4. Gevolgen
Er zijn negatieve gevolgen bij het invoeren van een belasting op vleesproducten. Daarnaast is er kans op averechtse werking bij het invoeren, wanneer dit niet juist gebeurt.

4.1. Het vlees wordt duur betaald
Vlees wordt duurder. Mensen met een lager inkomen zullen minder vlees kopen. Bij het stimuleren van gezonder eten uit overheidswege komt verantwoordelijkheid kijken. Als wij de burger meer groente en fruit willen laten eten zal dit toegankelijk moeten zijn. Voorlichting over gevarieerd eten en een lager belastingtarief op groente en fruit moeten het minder-vleeseten compenseren.

4.2. Geld kost tijd
De producenten van vlees zien hun product duurder worden, dus minder verkocht. Hoewel de branche ook overtuigd is van een transitie naar een nieuwe werkvorm, is hier tijd voor nodig. De implementatie van dit voorstel zal met financiële stimulans gepaard moeten gaan om de werkwijze aan te passen. Dit wordt betaald vanuit de opbrengsten vleesbelasting en de eerder genoemde herstructurering subsidies.

4.3. Een slimme overheid is op de toekomst voorbereid
Als laatst zijn er nog de belastingdienst en winkeliers die hier niet om gevraagd hebben, maar wel extra werk krijgen. Nieuwe belastingtarieven, producten verdeeld over meer productgroepen. Om partijen aan boord te krijgen en houden is er naast goede voorlichting ook hiervoor een ruime tijd van implementatie nodig.

4.4. Vlexit
Er is aangetoond dat het invoeren van een belasting op vlees alleen zinvol is in Europees verband. Productie en consumptie zullen zich verplaatsen naar elders wanneer dit slechts een landelijke maatregel is. Het is belangrijk te werken in EU-verband met het hernieuwen van het subsidiestelsel. Er zijn meerdere EU-landen die aangeven hier voor te zijn. De belasting op vlees zijn we niet de eerste mee, dus aansluiting vinden en verder uitwerken is een onvermijdelijke vervolgstap.

5. Maatschappelijke impact
De maatregel heeft grote impact op consument, burger, producent en winkelier. Uit overheidswege vindt er bemoeienis plaats met een van onze basisbehoeften: eten. Het eten van vlees is iets wat wij sinds mensenheugenis doen en er gaat geen accuut gevaar gepaard met het eten van vlees. Niet voor de volksgezondheid, niet voor het milieu. Het is dus niet alleen belangrijk om te weten waarom deze belasting wel of niet zou moeten worden ingevoerd, het moet ook te verantwoorden zijn. Te verantwoorden naar politiek, boer en burgerij.

Er heerst momenteel wantrouwen bij een deel van de bevolking ten opzichte van de overheid. Dit wantrouwen is terug te leiden tot het door Freud benoemde Unbehagen in der Kultur. Een overheid die geen zorg draagt wanneer het aankomt op toeslagen en belastingen. Een overheid die allerlei regels en beperkingen oplegt die onze pet soms te boven gaan. Een overheid die ons vrijheid en autonomie afneemt2. Uiting hiervan is te zien in de recente avondklokrellen. Omdat het realiteitsprincipe dat het onbehagen in toom moet houden tegenwoordig eenvoudig weg te nemen valt met populisme, fakenews en zogeheten complottheorieën3, is het van groot belang de bevolking uitgebreid voor te lichten.

2. Sigmund Freud, Das Unbehagen in der Kultur, red. Ofd Edition (Norderstedt: Books On Demand, 2018)
3. Bas Heijne, Onbehagen (Amsterdam: Prometheus, 2020)

6. Moreel ethische verantwoording
De af te leggen verantwoording is voornamelijk moreel ethisch van aard. We zullen daarom dit vraagstuk kort langs de meetlat van drie grote thema’s in de ethiek leggen, te weten de zorgethiek, de deugdenethiek en de ‘klassiek’ normatieve ethiek. Op deze wijze distilleren we wat juist is en wat te verantwoorden valt.

6.1. Zorgethiek
Allereerst de zorgethiek, gezien de basisfunctie van de overheid; zorgdragen voor haar burgers.
De zorgethiek concentreert zich op problemen in de praktijk en hoe deze op te lossen. Er wordt dus niet gekeken naar abstracte theorieën of eventuele mogelijkheden. Wat dat betreft is de invoering van belasting op vlees exact dat. Problemen aangaande volksgezondheid en klimaat worden opgelost met het invoeren van deze belasting.
Omdat er niet gekeken wordt naar abstracte theorieën, zijn er binnen de zorgethiek geen vaste regels hoe te handelen in een situatie. Dat dient per situatie bekeken te worden. Uit dit schrijven alleen al blijkt dat hierin alle zorg genomen wordt die denkbaar is. Niet alleen een kloppende wet uitwerken, ook zien en zorgen dat je deze kunt verantwoorden. Naar anderen en naar onszelf.

De zorgethiek kijkt niet per se naar de plichten van een actor. Hoewel er natuurlijk een enorme plicht ligt bij het Rijk als het op zorg aankomt, gaat het in deze ethische leer om de houding van de actor. Deze is open en met de beste intenties. Het is niet de bedoeling om mensen hun stukje vlees af te pakken, of boeren te pesten met nieuwe regels, winkeliers met nieuwe prijzen en de belastingdienst met nieuwe tarieven. Allemaal indirecte gevolgen, die niet vanuit enige intentie voortkomen. De intentie is goed doen voor mens en milieu.

Tot slot is het binnen de zorgethiek belangrijk om relaties goed te houden. Niet alleen in de situatie en het moment zelf, ook behoud van een goede relatie op termijn is belangrijk. Met die reden zouden we vanuit de zorgethiek de belasting op vlees moeten afwijzen. Er zijn teveel partijen waarmee de relatie bekoeld zal worden als de belasting op vlees wordt ingevoerd. Als die partijen elkaar weten te vinden en zich verenigen zou er zelfs maatschappelijke onrust kunnen ontstaan. De enige mogelijkheid om de belasting op vlees te rechtvaardigen binnen de zorgethiek, is de voorwaarde dat er geïnvesteerd wordt in de relaties met betrokken partijen. De burger, de boer, de buurlanden.

6.2. Deugdenethiek
Je mag van een overheid verwachten dat deze deugdelijk handelt. De deugdenethiek is een stroming waar Aristoteles zich al mee bezig hield. Voor Aristoteles was het politieke leven eigenlijk het ultieme goed. Dus al ver voor onze kalendertijd werd er grote waarde gehecht aan een deugdelijk politieke invulling. Het is belangrijk te vermelden dat Aristoteles de mens als een politiek dier zag, dat niet kon bestaan zonder samenleving4. En hoewel we tot op de dag van vandaag niet zonder samenleving kunnen, lijkt de mens steeds individualistischer in het leven te staan5. Politieke dieren zijn we allerminst. Een keer per vier jaar wellicht. Misschien bij een notitie ‘functie elders’, maar verder niet. Juist deze overtuiging van Aristoteles, die in ieder geval in deze tijd, op deze plek misplaatst is, maakt dat we in de overweging mee moeten nemen dat het volk niet zo betrokken is. Zomaar extra geld ergens voor rekenen, of zomaar nieuwe regels doorduwen zal het volk niet goed opvatten waarschijnlijk. Denk nog even terug aan de avondklokrellen. Net als de zorgethiek wijst de ingehaalde gedachtengang van Aristoteles ons op het belang van een betrokkenheid vanuit de maatschappij.

De deugdenethiek kreeg lange tijd niet of nauwelijks aandacht. Pas sinds de tweede helft van de vorige eeuw zien we de deugd weer een gezaghebbende plek innemen binnen de ethiek en daarom belangrijk ook in deze overwegingen mee te nemen. Er zal een Kamerlid zijn dat vraagt of hier nu wel met oprechte en goede intenties wordt gehandeld, of dat er niet bijvoorbeeld een verborgen Europese agenda of een agenda van de bouwlobby wordt gediend. Nog erger, dat de staatskas wordt gespekt.

De deugdenethiek kijkt niet naar het beoogde doel van een handeling, of de uiteindelijke uitkomst van de handeling, maar wie de handeling doet en met welke morele intentie. Het lijkt lastig om deugd of emotie toe te kennen aan een instituut als de overheid, maar wanneer je de uitgangspositie kent van de beleidsmaker kun je de handeling daartegenover afwegen. Anders gezegd, in een land waar al 10 jaar de liberale wind waait en de verzorgingsstaat al veel langer is verlaten, is een belastingmaatregel doorvoeren met reden ‘gezonder klimaat en volk’ zeker deugdelijk te noemen. Misschien ook bemoeierig, maar zolang de intentie is om goed te doen voor de burger en dat de enige motivatie is, is ook vanuit de deugdenethiek het invoeren van belasting op vleesproducten te rechtvaardigen.

Indirect wijst de deugdenethiek dus ook op het gevaar van verborgen politieke agenda’s. Het is belangrijk dit intern te bespreken wanneer dit argument naar voren wordt gebracht, de deugdenethiek als basis om deze belasting in te voeren. Een briefje onder de arm van een willekeurig verkenner waarop te lezen valt dat deze belasting zo lekker helpt bij het verwezenlijken van politieke klimaatafspraken, of dat het stikstof zo fijn wordt teruggedrongen ten einde meer te kunnen bouwen zal direct averechtse effecten hebben. De deugd moet oprecht en zuiver zijn, zoals deze ethiek voorschrijft.

Noot voor de persvoorlichter: Deugdenethiek als argument niet prominent naar voren schuiven. Het handelen is deugdelijk, maar laten we vooral niet doen of we binnen de deugdenethiek van Nietzsche ‘die Überregierung’ zijn6. Er zijn landen binnen de EU ons al voorgegaan met de invoering van een belasting op vleesproducten.

4. Aristoteles, Ethica Nicomachea, vert. Christine Pannier en Jean Verhaeghe (Groningen: Historische Uitgeverij, 1999)
5. Yuval Noah Harari, Homo Deus, vert. Inge Pieters (Z.p.: Thomas Rap, 2019)
6. Friedrich Nietzsche, Zo sprak Zarathoestra, vert. Ria van Hengel, red. Hans Driessen (Nederland: de Arbeiderspers, 2021)

6.3. Klassiek normatieve ethiek; Deontologie vs. Consequentialisme
In de klassiek normatieve ethiek kunnen we twee hoofdlijnen onderscheiden. De consequentialistische leer, die er in basis vanuit gaat dat het juiste wordt bepaald door de uitkomst van een handeling, tegenover de deontologie waarbij uit wordt gegaan van het beoogde doel van de handeling.

6.3.1. Deontologie
Het deontologisch gedachtegoed rechtvaardigt eenvoudig de invoering van een belasting op vlees. Het beoogde doel is een gezonder klimaat en een betere volksgezondheid. En hoewel de indirecte positieve voortvloeisels niet per se in eerste instantie zo bedacht zijn, zijn ze wel voor aanvang van invoering bekend en meegenomen in de overweging. Louter juiste intenties deze belastingmaatregel in te voeren. Ook is er bij de overweging reeds bekend dat er genoemde nadelen kleven aan het invoeren van de belasting op vleesproducten, maar daar is notie van en daar wordt iets aan gedaan. Het beoogde doel is positief en zelfs negatieve consequenties zijn gezien, onderkend en ondervangen. Ook hier geldt het belang van een zekere oprechtheid. Zoals Immanuel Kant, dé deontoloog bij uitstek al zei bij het ontvouwen van zijn Categorisch imperatief: Handel zo, dat de stelregel van uw wil tegelijkertijd altijd als stelregel van een algemene wetgeving kan gelden7. Wellicht iets hoffelijker zelfs nog is de wijsheid die Confucius ver voor onze jaartelling al ten toon spreidde en een zelfde aard vertoont: Bejegen je medemens met dezelfde hoffelijkheid, waarmee je een dierbare gast ontvangt. Behandel hem met hetzelfde respect, waarmee het grote offer gebracht wordt. Wat je zelf niet wilt, doe dat ook de ander niet. Dan zal er geen boosheid tegen je zijn – noch in de Staat, noch in je familie8. Of zoals we tegenwoordig zelf lekker rijmen: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet. Het mag duidelijk zijn dat niet alleen in de deugdenethiek, maar ook in de deontologische kijk er acht moet worden geslagen op de waarachtigheid van de intentie waarmee het doel bereikt wordt. Mens en dier moeten doel zijn, mogen nooit enkel en alleen middel zijn, aldus de Categorisch imperatief.

7. Immanuel Kant, The groundwerk of the Metaphysics of Moral, vert. Jens Timmermann
(Cambridge: Cambridge University Press, 2010)
8. Confucius, De gesprekken, vert. Kristofer Schipper (Nederland: Atlas Contact, 2018)

6.3.2. Consequentialisme
Waar we tot nu toe binnen diverse grote stromingen van de ethiek vrij eenvoudig het invoeren van een belasting op vleesproducten kunnen rechtvaardigen zal de laatste stroming ons de meeste tegenwerpingen opleveren. Het consequentialisme kijkt naar het uiteindelijk resultaat van een handeling en het is hier van belang breed oog te hebben voor betrokken partijen. De voors en tegens zijn in hoofdstuk 3, 4 en 5 afgewogen, maar hoeveel gewicht er in de schaal wordt gelegd per argument is onduidelijk. Of als we met de woorden van John Stuart Mill spreken, is het moeilijk in te schatten welke uitkomsten we kunnen scharen onder wat hij noemt het hoger en lager genot9. “Het credo dat nut of het Grootste Geluk Principe als het fundament van moraliteit aanvaardt, houdt in dat handelingen goed zijn in de mate waarin zij ertoe neigen het geluk te bevorderen, en slecht voor zover ze neigen het omgekeerde van geluk te bewerkstelligen.” Het valt moeilijk in eenheden van geluk te berekenen wat het gewin is bij schadebeperking aan klimaat en milieu, zoals het ook moeilijk in eenheden uit te drukken is hoe ongelukkig een boer wordt bij een veranderende bedrijfscultuur, of de vleesliefhebber met een prijsverhoging van zijn geliefde eten. Zelfs wanneer we naar een hybride vorm zoeken zoals Samuel Scheffler voorstelt10, waarbij je niet alleen naar de waarde van de uitkomst der handeling kijkt, maar ook de persoonlijke ervaring daarin kunt meenemen – wat maakt mij blij, als rekenmodel – blijft het ondoenlijk hier een onpartijdige formule voor op te stellen. De uitkomst is voor iedere partij anders uitlegbaar. Hoe goed de intenties ook zijn, hoe fraai de resultaten ook uitpakken op bepaalde fronten, er zullen groepen zijn die kunnen zeggen dat het uiteindelijk resultaat slecht is voor hun. Het ultieme voorkeursutilitarisme. Dat klinkt wat kort door de bocht, maar in die situatie geplaatst zullen velen van ons zich er in kunnen vinden. Het mag wel allemaal zo zijn, een beter milieu en betere volksgezondheid, als je dat je boerenbedrijf kost, of die ene keer dat je kunt barbecuen op balkon met het gezin, dan lijkt die belasting niet meer zo rechtmatig. Er zal draagvlak nodig zijn deze maatregel succesvol door te voeren en dus zal er iets gedaan moeten worden voor de groepen waar deze maatregel ook negatieve effecten heeft. Door wie en met welke intentie de belastingmaatregel ook in werking wordt gesteld.

9. John Stuart Mill, Jeremy Bentham, “Utilitarianism” Utilitarianism and Other Essays, red. Alan Ryan (Londen: Penguin Putnam Inc, 1987), 287
10. Samuel Scheffler, The Rejection of Consequentialism, vert. Jens Timmermann (Oxford: Oxford University Press, 1994)

7. Conclusie
Als de vraag is ‘Kan een belasting op vleesproducten worden gerechtvaardigd binnen de ethiek?’, moet het antwoord luiden nee. Er zijn teveel tegenwerpingen. Juist dit moreel ethisch onderzoek laat zien waar de mogelijkheden en openingen liggen. De zorgethiek wijst op het belang van goede communicatie voor het behoud van relaties. De deugdenethiek wijst op de noodzaak van het ontbreken van verborgen agenda’s. Het consequentialisme vraagt om tegemoetkoming van personen, bedrijven en instellingen die hinder en schade ondervinden door deze belastingmaatregel, om zo een nieuw onbehagen in de kiem te smoren. Wanneer deze punten serieus in acht worden genomen en overeenkomstig worden uitgevoerd, kan het invoeren van de belasting op vleesproducten succesvol zijn en de gewenste doelen behalen.

8. Voetnoot voor het individu
Als we de normatieve ethiek willen verdelen in het politiek spectrum van links en rechts, moet beaamd worden dat deze onderbouwing wellicht iets communitaristisch aandoet. Links. Er wordt gezorgd voor klimaat, mens en dier. Voorlichting, belastingverlaging. Positieve vrijheden aangereikt door de overheid ter ondersteuning van een soepele invoering van de belasting op vleesproducten en om eventuele negatieve neveneffecten te ondervangen. Hierbij wordt telkens uitgegaan van het belang van de gemeenschap.
Menig libertarist zal de haren overeind voelen gaan en aanmerken dat er vooral sprake is van aantasting van de negatieve vrijheid van het individu door de overheid. De overheid bemoeit zich met basisbehoeften, voedsel en welvaart.
Het is juist de aantasting van de negatieve vrijheid die aan alle kanten gecompenseerd wordt. Met de verlaging van belasting op groente en fruit, het financieel compenseren van boeren zodat zij autonoom hun keuzes als ondernemer kunnen blijven maken; alles wordt in het werk gesteld om het verlies aan negatieve vrijheid terug te geven in andere negatieve vrijheden. Zo is er dus uiteindelijk geen verlies van negatieve vrijheid en een winst op de positieve vrijheid. Waar communitarisme en libertarisme elkaar vinden. Niet onbelangrijk om dit ter geruststelling mee te nemen bij de gesprekken in een liberaal geleid land.

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

Bijlage 1.1. | REACTIE MINISTERIE LNV

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Reactie op toepasbaarheid politiek essay Vlexit

Drs. J.F. Kretz

Dit stuk zou ter ondersteuning kunnen dienen voor beleidsmakers als deze een beleidskeuze moeten maken. Heel goed dat er ook informatie van het RIVM en Tapp in is verwerkt. Het is nog niet direct geschikt als memorie van toelichting voor een wet, omdat er dan veel meer bij komt kijken. Met name ook op juridisch vlak.
Via deze link kun je informatie vinden over de richtlijnen die ambtenaren aanhouden bij het ontwerpen van beleid of wetgeving: https://www.kcwj.nl/kennisbank/integraal-afwegingskader-voor-beleid-en-regelgeving?cookie=yes.16197009207681495707390

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

Bijlage 2 | DUPPIE VAN RHEE

Onderzoek belastingvoorstel Duppie van Rhee

Het effect van vleesconsumptie op onze planeet en het klimaat zijn lang bekende gegevens. Bij het invoeren van deze belasting is er nogmaals kort gekeken naar overige direct betrokken mogelijke nadelige effecten. Wat het product ‘vlees voor menselijke consumptie’ betreft is er voornamelijk gekeken naar de verpakking van het vlees. 
Het duppie van Rhee is een tijdelijke belastingmaatregel waarbij iedere verpakking van vlees, welke niet volledig klimaatneutraal geproduceerd en afbreekbaar is, belast wordt met 10 cent per productverpakking. Deze belasting vervalt zodra maximaal 30% van de Nederlandse schappen nog gevuld zijn met niet-klimaatneutrale verpakkingen. Hierbij gaat niet alleen een signaalfunctie uit, opbrengsten uit deze belastingmaatregel worden direct geïnvesteerd in de energietransitie.
Na onderzoek blijkt het behaalde effect op het totaal zo goed als te verwaarlozen.
Het invoeren van een tijdelijke belastingmaatregel die niet voor ieder product in de productgroep geldt, is een enorm grote opgave voor de Nederlandse belastingdienst. Hier zullen de nodige kosten mee gepaard gaan.
Deze twee argumenten maken dat het belastingvoorstel ‘Duppie van Rhee’ niet meegenomen is in het voorstel van wet “Wet verantwoord en duurzaam vleeseten”.

00 001 – Voorstel van wet van het lid Rhee houdende belastinghervormingen ten einde vleesproductie duurzamer te maken en vleesconsumptie in de vorm van luxe artikel te matigen. Producenten (boeren) worden ondersteund bij het duurzaam ondernemen door herinrichting van het subsidiestelsel en middels terugvloeien van belastingopbrengsten. Consumenten worden aangemoedigd minder vlees te eten, waarbij een gezond en gevarieerd aanbod aan voeding voor een ieder toegankelijk moet blijven. (Wet verantwoord en duurzaam vleeseten)

VERANTWOORDING

VERANTWOORDING

BIBLIOGRAFIE Vlexit, een politiek essay.
  • Aristoteles. Ethica Nicomachea. Vertaling, inleiding en aantekeningen: Christine Pannier en Jean Verhaeghe. Groningen: Historische Uitgeverij, 1999.
  • Confucius. De gesprekken. Vertaling: Kristofer Schipper. Nederland: Atlas Contact, 2018 [5 v. Chr].
  • Freud, Sigmund. Das Unbehagen in der Kultur. Redactie: Ofd Edition. Norderstedt: Books On Demand, 2018 [1930].
  • Harari, Yuval Noah. Homo Deus. Vertaling: Inge Pieters. Z.p.: Thomas Rap, 2019 [2015].
  • Heijne, Bas. Onbehagen. 13e editie. Amsterdam: Prometheus (2020) [2016].
  • Kant, Immanuel. The groundwerk of the Metaphysics of Moral. Vertaling: Jens Timmermann. Cambridge: Cambridge University Press, 2010 [1785].
  • Mill, John Stuart. Jeremy Bentham. “Utilitarianism“. Utilitarianism and Other Essays. Redactie: Alan Ryan. Londen: Penguin Putnam inc, 1987 [1861], 287.
  • Ministerie van Algemene Zaken. Verklaring van minister-president Mark Rutte over het aftreden van het kabinet. 15 januari 2021.
    https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/01/15/verklaring-van-minister-president-mark-rutte-over-het-aftreden-van-het-kabinet
    (geraadpleegd 09 april 2021).
  • Nietzsche, Friedrich. Zo sprak Zarathoestra. Redactie: Hans Driessen. Vertaling: Ria van Hengel. Nederland: de Arbeiderspers, 2021 [1885].
  • Scheffler, Samuel. The Rejection of Consequentialism. (Oxford: Oxford University Press, 1994).

REACTIES DIVERSE BETROKKENEN

  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Voeding & Gezondheid (V&G)

    Reina E. Vellinga, MSc | Wetenschappelijk medewerker

    Het RIVM is momenteel bezig met een studie naar belasting op vlees voor menselijke consumptie. De resultaten hiervan volgen binnen enkele maanden. 
    Je kunt prima eten met minder of zonder vlees, als je andere producten neemt met voldoende eiwit, ijzer, vitamine B1 en vitamine B12. 
    Het Voedingscentrum heeft een uitgebreid rapport over een meer plantaardig voedingpatroon/ eiwitbronnen geschreven, waaruit je kunt concluderen dat je ook goed gezond kunt eten met het minder dierlijke producten in de maaltijd. Ook internationaal is hier veel aandacht voor, zie het EAT-Lancet diet/rapport: EAT-Lancet Commission Summary Report – EAT (eatforum.org)
    Het Voedingscentrum geeft advies over gezond en duurzaam eten en over de betaalbaarheid. Op hun website staat ‘ruil vlees in voor een ei of peulvruchten’, zie: Goedkoop boodschappen doen – bespaartips voor in de winkel.
    Naast het aanpassen van ons voedingspatroon en het lopende onderzoek naar belasting op vlees, is er momenteel natuurlijk ook veel vraag bij ons over de volksgezondheid. Ook daar is een link te leggen met ons eetgedrag. 30% van ons voedsel is dierlijk van aard. Het voedingspatroon van een gemiddelde Nederlander leidt niet alleen tot gezondheidsverlies, maar vormt ook een grote belasting voor het milieu. Resultaten van ons onderzoek hiernaar vind je in het rapport Wat ligt er op ons bord? Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland. 

  • Tapp Coalitie

    Jeroom Remmers | Directeur

    De mens kan leven zonder vlees in het menu. Dat is niet ons doel. Wij streven naar 50% minder vleesconsumptie in 2030. Ondertussen is 5% van de bevolking vegetarisch of veganistisch. Een aanzienlijk deel en die hebben een gezond en gevarieerd dieet. Geen vlees. Maar soms bijvoorbeeld ook geen melk. Geen eieren. Het kan allemaal smaakvol en gezond. Daar is ondertussen ook genoeg over te vinden online voor de consument, dus een overgang naar minder of geen vlees op het menu is niet zo’n hele grote stap meer. 
    Voorheen was er weinig bekend en dan werd het tofu of dure biologische groenten die lang niet overal verkrijgbaar waren. Nu is er niet alleen veel te vinden online en in de winkels, het is ook betaalbaar.

    Een duurzamer voedselpatroon verkrijg je met heffingen en (fiscale) subsidies. Simpel gezegd, gezond eten moet goedkoper en ongezond voedsel dus duurder. De TAPP Coalitie heeft maanden hard gewerkt aan de invoering van een eerlijke vleesprijs. Met resultaat: op 22 april 2020 noemde de regering de invoering van een eerlijkere vleesprijs als belangrijke verduurzamingsoptie voor Nederland in een brief aan de Tweede Kamer. 
    De consument betaalt nu niet voor de maatschappelijke kosten van vlees, zoals klimaatschade. Dat kan niet langer zo, want dit levert complexe problemen op. Denk daarbij aan de kosten van klimaatverandering, milieuschade, dierenleed, volksgezondheid, het risico op zoönose en de te lage inkomens van boeren. Een eerlijke, iets hogere, vleesprijs pakt die problemen aan en stelt ons in staat om groenten en fruit goedkoper te maken en te investeren in duurzame landbouw.
    Een eerlijke, wat hogere prijs zal als gevolg hebben dat de consumptie van vlees en zuivel in Nederland en de EU omlaag gaat.  De Gezondheidsraad beveelt aan om minder vlees en zuivel te eten en meer plantaardig voedsel. De gezondheidsschade door ongezonde voedselconsumptie is volgens de raad net zo duur als de gezondheidsschade door roken.
    Een eerlijke prijs op vlees is van groot nationaal belang: de ziektedruk en de zorgkosten zullen volgens het RIVM dalen, net als broeikasgasemissies en het verlies van biodiversiteit. Het bespaart hoge uitgaven aan klimaat- en milieubeleid en zorgkosten omdat het een relatief goedkope oplossing is en andere oplossingen duurder zijn. 
    Naast vlees hebben we het dan ook over zuivel, eieren en vis.

    In het initiatief wetsvoorstel – eerste aanleg – kunnen wij elkaar grotendeels vinden. De Tapp Coalitie pleit voor een verbruiksbelasting. Dit zien wij liever dan een BTW verhoging. CE Delft en CLM hebben in opdracht van de TAPP coalitie onderzoek gedaan naar de beste uitvoering van een eerlijke vleesprijs en hier kwam een verbruiksbelasting als beste optie uit. De btw verhoging lijkt op het eerste gezicht eenvoudiger, maar een verbruiksbelasting heeft ten opzichte van een btw verhoging op vlees van 9 naar 21% zes voordelen. Bovendien heeft de Belastingdienst een btw verhoging op vlees in een studie ‘onuitvoerbaar’ genoemd en een consumentenheffing op vlees wel uitvoerbaar.

    Zes voordelen verbruiksbelasting t.o.v. BTW-verhoging
    1. het prijsverschil met biologisch en Beter Leven 2/3 sterren en ‘gewoon’ vlees wordt kleiner i.p.v. groter
    2. er komt meer geld voor boeren
    3. milieukosten worden exact in rekening gebracht
    4. robuuste inkomsten voor de overheid
    5. een groot regulerend effect
    6. volgens PBL zijn er minder administratieve lasten
    Het is een charmant belastingvoorstel, het Duppie van Rhee , vooral dat de maatregel vervalt bij het bereiken van de 30/70 verdeling. Ik zou het een andere naam geven. De opbrengsten dienen gebruikt te worden voor compensatie van vleesproductie en consumptie. Eerlijk gezegd is het effect wanneer het doel bereikt is, of zelfs wanneer alle verpakkingen klimaatneutraal zijn relatief zeer klein.

    Voor nu zouden wij adviseren voornamelijk op een verbruiksbelasting in te zetten, voor vlees, zuivel, eieren en vis. Een haalbaar en uitvoerbaar plan waarbij de producten nog altijd beschikbaar zijn, maar op een eerlijkere manier door de consument worden verkregen, betaald. Ook het consumeren zelf zal afnemen tot gezondere maten.
  • Maverick Gedrag

    Danny van der Roest | Specialist gedragsverandering en nudging
    Het is een complex vraagstuk waar niet één duidelijk antwoord op te geven is (anders zou het ook al opgelost zijn natuurlijk). Er zitten veel facetten aan: maatschappelijke lasten en baten, filosofie (wat is eerlijk, wat mogen we van mensen vragen?), cultuur etc. maar ik zal proberen vanuit mijn expertise als gedragsspecialist antwoord op je vragen te geven. Dit antwoord is lang maar niet per se volledig. Hier kan je een boek over volschrijven. 

    Bewoording
    Een verbruiksbelasting is in ieder geval als woord wel goed gekozen. Het impliceert kosten die verbonden zijn aan je eigen gedrag en dus ook dat je zelf in de hand hebt wat je moet betalen (gevoel van autonomie). Het is gebaseerd op het principe van ‘de vervuiler betaalt’ en daar kunnen veel mensen zich in vinden, mits goed uitgelegd en er een goed alternatief wordt geboden. Dat alternatief moet ook duidelijk mee worden genomen in de communicatie: bied mensen handelingsperspectief – wat moeten ze nu doen? (Overigens zou het woord ‘belasting’ nog beter vervangen kunnen worden door bijv. ‘tarief’, dat is iets minder beladen.)

    Gezamenlijk
    Praat daarnaast ook over de maatschappelijke context van die belasting, de gezamenlijke opgave. Benadruk dat het een probleem van ons allemaal is, dat we dit samen moeten oplossen en dat deze belasting ons daar juist op een makkelijke manier bij helpt. Creëer een gezamenlijke identiteit in de communicatie waar je vanuit spreekt. (bijv. ‘wij moderne Nederlanders’). Een gemeenschappelijk probleem dat we als een groep met een gemeenschappelijk identiteit moeten aanpakken brengt mensen eerder in beweging.

    Weerstand
    Het zou helemaal mooi zijn als de belasting op dierlijke producten wordt gebruikt om plantaardige alternatieven te subsidiëren. Dan heb je helemaal een mooi verhaal want dan geef je de mensen ook iets terug. Het gaat dan om de keuze verplaatsen in plaats van verbieden of iets afnemen, dat zorgt voor minder weerstand. Als je mensen iets oplegt, kunnen zij zich namelijk beperkt voelen in hun keuzevrijheid en dat leidt tot weerstand (reactance genaamd).

    Overigens zal het in dit geval best goed kunnen werken om de weerstand te erkennen: “we snappen dat dit voor sommige mensen geen leuk bericht is.” Dat is soms al genoeg om de acceptatie te verhogen. Of nog beter, onderzoeken wat het grootste tegenargument is, noemen deze vervolgens zelf en weerleg het: “misschien voelt dit als een manier van de overheid om snel geld te verdienen maar <tegenargument>”. Hierdoor heb je het belangrijkste tegenargument ontkracht zodat deze niet meer ingezet kan worden. Dit heet stealing thunder.

    Een andere weerstand die in deze context belangrijk is, is inertie. Dit betekent dat mensen niet willen veranderen om de verandering zelf, ongeacht wat deze verandering inhoudt. Een belasting kan in dit geval wel helpen omdat het als het ware de default verandert: mensen hoeven nu geen actie meer te ondernemen om hun gedrag te veranderen, dat gebeurt automatisch.

    Duurzaamheid wel of niet noemen?
    De meeste mensen vinden duurzaamheid belangrijk en zeggen hieraan bij te willen dragen. Omdat dit echter erg abstract is, heeft duurzaamheid weinig invloed op onze dagelijkse keuzes. Daarom heb ik vaak het pleidooi gehouden om duurzaamheid als argument te mijden. In dit geval is het echter wel belangrijk om het over duurzaamheid te hebben. De belasting wordt opgelegd en mensen gaan dus hoe dan ook betalen. Door de focus op duurzaamheid te leggen, zullen veel mensen de ‘cognitieve pijn’ van de belasting en – dit hopen we natuurlijk – de overgang naar plantaardig voedsel gaan verzachten door te zeggen dat het wel goed voor het milieu is. Dit heet cognitieve dissonantie reductie.

    Positieve spillover
    Dit proces leidt er vervolgens toe dat mensen zichzelf als milieubewuster gaan zien – ze gaan deze waarden internaliseren – en dat kan weer leiden tot positieve spillover effecten. Oftewel, mensen zullen duurzaamheid eerder meenemen in keuzes op andere domeinen, bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe auto, kleding of zonnepanelen.

    Rebound effect
    Tegelijkertijd kan de belasting er ook toe leiden dat mensen het idee krijgen dat ze zo hun ‘schuld’ afkopen wat er weer voor zorgt dat ze juist minder duurzame keuzes gaan maken. Ze hebben het idee dat ze al iets positiefs hebben bijgedragen op het ene vlak en daarom meer speling hebben op een ander vlak, het zogeheten rebound effect. Dit moet je natuurlijk voorkomen. Het is daarom essentieel dat er in de communicatie rondom die belasting wordt ingespeeld op de intrinsieke motivatie: mensen moeten vanuit zichzelf achter (het idee van) de belasting staan en het niet voelen als iets dat is opgelegd. Dit is natuurlijk een grote uitdaging bij een belasting.

    Overigens is het de vraag hoe de overheid moet communiceren over deze belasting. Het is zeker goed om via de standaard mediakanalen te communiceren (kranten etc.) maar of een brede campagne nodig is, weet ik niet. Dit legt namelijk heel veel focus op de maatregelen en dat kan juist leiden tot weerstand. Hierover heb ik zelf ook nog geen duidelijke mening.

    Overgang
    Je vroeg je af hoe lang een dergelijke overgang duurt. Dat is lastig te zeggen want het is afhankelijk van veel factoren. Vlees eten is voor velen heilig en onderdeel van hun cultuur. Daarnaast is het gewoontegedrag. Zoals je zelf al aangeeft, wist iemand die overstapte naar een vegetarisch dieet niet wat hij/zij moest koken. Ook is de mate van weerstand een belangrijk factor.

    Goede alternatieven, weinig verandering in gewoontegedrag
    Het voordeel is dat er in de afgelopen jaren heel veel veranderd is in de publieke opinie en stappen veel mensen over op een flexitarisch, vegetarisch of zelfs veganistisch dieet. Ook is het aanbod van alternatieven enorm gegroeid en verbeterd waardoor de overstap veel makkelijker is. Men kan nu eenvoudig en relatief goedkoop hun standaard kookgewoonten houden (de bekende ‘GVA’) en alleen de schnitzel door een vegetarische variant vervangen. Zelfs de frikandellen en bitterballen zijn nu in veel supermarkten te vinden. Mensen hoeven dus niet bijzonder veel aan hun gewoonten te veranderen, het is vooral een kwestie van ‘willen’.

    Daarnaast biedt een belasting weinig vrijheid: men móet het doen. De overgang kan dus snel gaan. Het is dan wel zaak dat de belasting hoog genoeg is en de alternatieven betaalbaar zijn. (Daarom hoop ik ook dat ze de geïnde belasting overzetten naar een subsidie voor plantaardige producten.)

    Zoals gezegd is die beperkte vrijheid ook een groot gevaar, namelijk in de vorm van weerstand. Ik denk dus dat de grootste uitdaging bij een verbruiksbelasting ligt in het voorkomen van weerstand (reactance) en het verhogen van de intrinsieke motivatie. Dat kan door duurzaamheid als argument te nemen en te presenteren als gemeenschappelijk probleem van ons allemaal.
  • Bataafse Teeken Maatschappij

    Stephan Schneider | Cre8tives

    Het onderwerp is natuurlijk heel gecompliceerd, maar wel een uitdaging om naar een passende oplossing te zoeken. Als ik kijk naar het verhaal rondom de boeren in Nederland dan is daar een hoop over te zeggen. Zowel voor als tegen. Even in het voordeel van de boeren. Ze maken een product waar vraag naar is. Gaan we dit in Nederland aan banden leggen, dan komt het product uit een ander land. De belasting op het milieu is er altijd naar gelang de vraag. Ik vind zelf dus dat je Europa als geheel moet bekijken of misschien zelfs wereldwijd de productie en andere zaken moet optimaliseren.

    De basis van het probleem ligt in het systeem. Alles is veel te lang overeind gehouden door subsidies. Vanuit een commercieel oogpunt gezien vind ik dat vraag en aanbod zich alleen goed op elkaar kunnen afstemmen als er geen subsidie is. Is de prijs niet goed, dus te weinig vraag, dan vallen er bedrijven vanzelf om. Nu wordt alles in stand gehouden en blijven mensen maar produceren, omdat ze toch een minimumprijs krijgen. Is misschien een beetje rechtse gedachte, maar ik zie het ook in de groente en fruit. Iedereen produceert zo veel mogelijk, zonder maar aan de vraag te denken. Dat is geen gezonde situatie.
    Dan komen we ook gelijk op het allergrootste probleem met betrekking tot duurzaamheid.: verspilling. Kijk je naar de impact van vlees, dan is het stuk vlees zeker 90-95% van de totale impact. Die verpakking is iets waar we ons allemaal druk over maken, maar eigenlijk moeten we ons drukker maken over de hoeveelheden die we weggooien.
     
    De eerste vraag die je jezelf moet stellen is de vraag: “Wat is duurzaamheid?” Op dit moment vinden supermarkten het heel gaaf om plastic te verbannen. Leuk voorbeeld is de plastic zak met appels. Deze verpakking weegt 5 gram.
    Nee, zeggen de supermarkten, wij gaan voor een kartonnen sleeve met 6 appels. Gewicht loopt op tot 50 gram. Deze verpakking wordt als milieuvriendelijk bestempeld, maar de realiteit is dat de CO2 impact 2 keer zo groot is. De kosten voor deze verpakking zijn 5 keer zo hoog geworden, maar de consument is blij. Dus duurzaamheid is volgens de consument iets anders dan bijvoorbeeld voor mij. Ik wil graag droge voeten houden en vind het klimaat belangrijker.
    Voedsel kan klimaatneutraal worden verpakt, maar alleen door compensatie. Alles heeft een impact en je krijgt alleen iets echt neutraal door compensatie toe te passen.
     
    Wat is duurzaam voor de industrie? 
    De industrie denkt alleen aan een ding en dat is geld verdienen. Zo zijn composteerbare plastics op zich een mooi product. Maar de realiteit is dat deze plastic soorten in Nederland helemaal niet composteerbaar zijn, omdat wij andere manieren van composteren hanteren dan andere landen. Dus eigenlijk vertellen organisaties op dit gebied de halve waarheid.
    Een mono-verpakking die volledig te recyclen is, is de meest duurzame oplossing. Daar moeten bedrijven op inspelen en dat gebeurt nog steeds te weinig.

    De verbetering liggen op het gebied van mono-verpakkingen en eerlijke communicatie. Én duidelijk aangeven aan consumenten waar een verpakking kan worden weggegooid.

    Over de Bataafse Teeken Maatschappij

    Packaging design is een ambacht, dat doe je niet zelf of door dat creatieve neefje, daarvoor ga je naar een ervaren ontwerpbureau voor verpakkingen. Want een iconisch merkversterkend ontwerp moet ook te produceren zijn. Dus moet je keuzes maken tussen CMYK en PMS kleuren, fotografiestijl, over wettelijke minimale corpsen, allergenen vermeldingen, EAN’s, materiaalkeuze, druktechniek, besparing in aantal drukplaten, etc. Met 46 jaar ervaring in het ontwerpen, uitwerken en laten produceren van verpakkingen, weet BTM als geen ander wat er nodig is om een goede verpakking te creëren.
  • Nedupack Thermoforming

    Dennis Fidom | Accountmanager

    Ik werk nu 20 jaar bij Nedupack en het geeft me nog altijd energie. Daarvoor heb ik in de papieren verpakkingen gezeten, ik ken de branch. Er is een hoop veranderd. Begin van deze eeuw was er nog niet heel veel oog voor milieu. PVC in packaging was niet goed, dat wist men, maar daar hield het wel bij op. Er is veel veranderd, maar dat is vooral ‘de mening’. De wetenschap heeft ondertussen wel aangetoond wat ons gedrag heeft op het klimaat. Op onze leefomgeving. De wetenschap draagt ook oplossingen aan. Zoals wij zelf ook doen. Je moet in deze wereld telkens op zoek naar een beter product. Een beter product is niet meer alleen goedkoper, of mooier. Wij zijn echt heel bewust met ons product en ons productproces bezig. Toch lijkt het soms maar weinig zoden aan de dijk te zetten nog, omdat het gebruik van verpakkingsmaterialen nog altijd draait op meningen. De consument bepaalt, en de consument meent dat papier een veel natuurlijker product is dan kunststof. Papier wordt gemaakt van bomen, dus natuurlijk. Terwijl voor de productie van 1 ton papier ook 1 ton water nodig is. Voor het maken van 1 ton plastic heb je 1000 liter water nodig. En een heel klein beetje olie. Maar nu komt het. Er is niets mooiers dan het hedendaags kunststof. Ik zal een voorbeeld geven. De kleine tomaatjes van de Jumbo zitten in een pot die is gemaakt van 100% gerecycled kunststof. Die maken wij. De potjes zijn zelf ook weer 100% recyclebaar. En dat kunnen we dus eindeloos doen. Duurzamer dan dat wordt het niet. Kunststof is een prachtig product en wij zijn klaar voor de toekomst. Sterker nog, wij zijn elke dag met die toekomst bezig.
    De laatste jaren hebben we elke verpakking wel opnieuw bekeken. Kan er een klein beetje minder, kan het een stukje korter. Ook technisch zijn we voortdurend op zoek naar innovatie. Vlees dat jij koopt, verpakt in een plastic bakje, zit in recyclebaar plastic. Als je je vlees daarop zou leggen, dan zou dat veel minder lang goed blijven. Die binnenkant wordt dus bewerkt zodat het vlees langer goed blijft. Daardoor is het kunststof niet meer recyclebaar. Wij zijn dat nu aan het veranderen. Jij gaat niet je bakje vlees en het bovenkantje scheiden, dat is of kunststof, of restafval. Wij zorgen dat het zodirect gewoon bij het kunststof kan en dat het geheel 100% recyclebaar is. De consument heeft het over plastic, maar er zijn zoveel verschillende soorten plastics. Zoveel verschillende soorten kunststof. De mogelijkheden zijn eindeloos en van het recyclen van onze producten kun je een ‘loop’ maken. Keer op keer het recyclen van onze kunststoffen is een van de duurzame stappen die we moeten maken de komende jaren.
    De consument moet de juiste informatie krijgen en de overheid moet de juiste keuzes maken.
    Tot 2015 kon de hele wereld afval lozen in China. Wat daar gebeurde kunnen we slechts gissen en hopen voor het beste, maar sinds 2016 moeten we ons eigen afval verwerken. Nu blijkt wel hoeveel afval we het dan over hebben. Dan kun je wel met een verbod op plastic rietjes en plastic lepeltjes komen, maar een bewuste consument is waardevoller voor de toekomst. Als kunststoffen steeds duurzamer worden geproduceerd en volledig recyclebaar zijn in een eindeloze keten, is de consument beter af een kunststof bakje te kopen om een product heen en deze te scheiden bij het afval, dan in een kartonnen bakje. Net zo recyclebaar, maar karton is gewoon een stuk minder milieuvriendelijk te produceren.
    Het is voor ons als industrie ook lastig schakelen. Wij zijn echt klaar voor een duurzame toekomst. Eigenlijk zijn wij gewoon elke dag al duurzaam bezig. Ik zou liever hebben dat de overheid zich druk maakt over de communicatie naar de burger, dan over plastic rietjes. Nog veel belangrijker is dat het eigen beleid ook duurzaam wordt. De afvalverwerking in Nederland blijft maar van vorm wisselen. Voorheen had je de schillenboer en de vuilnisman, maar na een jarenlange periode van ‘huisvuil ophalen’ zijn we de laatste jaren steeds meer gaan scheiden. GTF, Papier, kleding, kunststoffen, chemische middelen, batterijen en het wordt steeds uitgebreider. Een goede stap. Ondertussen zijn steeds meer gemeenten het afval gewoon als vanouds weer gezamenlijk aan het ophalen. Niks meer gescheiden. Omdat de afvalverwerker het beter zelf kan scheiden, dan aangeleverd gescheiden materiaal controleren en verwerken. Landelijk beleid zwalkt daar dan een beetje omheen. Wij kunnen onze producten optimaliseren, de consument is echt bereid mee te werken aan een schonere toekomst, maar zolang men niet weet hoe en waarom blijft het dweilen met de kraan open. Niet heel duurzaam dus. Nog niet.

    Over Nedupack Thermoforming
    Sinds 1988 is Nedupack Thermoforming actief in de kunststof verpakkingswereld. Specialist op het gebied van maatwerk kunststof verpakkingen en beschermende verpakkingen voor alle producten. Door gebruik te maken van de ‘thermoforming techniek’ zijn verpakkingen naadloos aansluiten bij product en wensen van de klant. 

    Vanuit regio Arnhem (Nederland) en Sonsbeck (Duitsland) bedient Nedupack klanten door heel Europa. Gericht op de consumentenmarkt, food sector, farmaceutische sector en de industriële sector. Daarnaast werkt Nedupack nauw samen met het intercontinentaal opererende Reflex Packaging.

DOWNLOADS

CAPREA BEHEER B.V.

Fultonbaan 20
3439 NE  Nieuwegein
Netherlands

CAPREA MEDIA

Jan Steenstraat 6
2023 AN  Haarlem
Netherlands